Home » Artikelen » 10 tips om executieve functies te ondersteunen

10 tips om executieve functies te ondersteunen

Datum: 8 april 2015

Om op school efficiënt en zelfstandig te kunnen functioneren moet een leerling zijn gedrag kunnen sturen. Hij moet bijvoorbeeld zijn impuls beheersen om zomaar door de klas te roepen, onthouden welke stap hij al gedaan heeft en welke hij nog moet doen bij een som en om kunnen gaan met veranderingen in dagelijkse routines. Daarnaast moet hij een plan kunnen maken om taken goed uit te voeren, inzicht hebben in zijn eigen gedrag en om kunnen gaan met emoties. Dit soort vaardigheden zijn afhankelijk van de executieve functies van de leerling.

Executieve functies

‘Executieve functies is een verzamelterm voor denkprocessen (functies) die belangrijk zijn voor het uitvoeren (de executie) van sociaal en doelgericht gedrag’ (D. Smidts en M. Huizinga, Gedrag in uitvoering, 2011); het is een netwerk van meerdere vaardigheden. Met de volgende tien tips kun je als leerkracht kinderen die moeite hebben om hun eigen gedrag te reguleren en te sturen beter leren ‘remmen en schakelen’.

  1. Geef duidelijke, heldere instructie en vraag na of de leerling het ook echt begrepen en onthouden heeft.
  2. Zorg voor denktijd; veel kinderen weten een antwoord wel als ze er rustig over na mogen denken.
  3. Repeteer veel: herhaal instructies en afspraken iedere keer, geef veranderingen duidelijk aan.
  4. Visualiseer afspraken: maak stappenplannen of dagplanningen met picto’s of tekst.
  5. Verbaliseer hardop: zeg hoe een leerling iets moet aanpakken of moet onthouden, doe het voor.
  6. Reflecteer op gedrag door het te benoemen en de leerling zelf te laten verwoorden wat goed ging en wat niet, wat zijn gedrag oproept bij de ander en hoe het de volgende keer anders kan. Reflecteer ook op werkgedrag en taakaanpak: ‘Hoe komt het dat je deze som helemaal goed uitgerekend hebt, wat heb je daar zelf voor gedaan?’ 
  7. Motiveer door te benoemen wat goed ging en door gerichte feedback te geven, bijvoorbeeld: ’Wat goed dat je stopte met het spel toen de ander zei dat hij het niet meer leuk vond.’
  8. Structureer opdrachten door ze stap voor stap uit te leggen en ze in kleinere stukken te verdelen. Structureer ook de dag: het naar binnenkomen en het naar buiten gaan, door vaste regels en routines met een goed klassenmanagement.
  9. Varieer in werkvormen door soms klassikaal instructie te geven, maar leerlingen ook in tweetallen of viertallen te laten samenwerken. Door coöperatieve werkvormen in te zetten worden lessen gevarieerder.
  10. Betrek de leerling bij het leren sturen, remmen en schakelen. Leer hem het zelf te doen.
Deel dit artikel
Auteurs

Joke van Winden

Joke van Winden is senior adviseur bij Marant Interstudie.  Ze is expert op het gebied van het jonge kind. Joke begeleidt professionals die werken met jonge kinderen, maar ook hun leidinggevenden,…

Meer over Joke van Winden

Laat hier een reactie achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *