Home » Artikelen » Op zoek naar ‘bewijs van leren’: 3 tips om het leren zichtbaar te maken

Op zoek naar ‘bewijs van leren’: 3 tips om het leren zichtbaar te maken

Datum: 14 mei 2020

Onderwijsadviseur Regina Reiniers is expert op het gebied van formatief evalueren en leeropbrengsten in het onderwijs. Er zijn veel manieren om als docent na te gaan of je leerlingen de stof begrepen hebben. Eindeloos pratend voor de klas staan hoort daar over het algemeen niet bij. Toch zijn sommige docenten fan van de frontale klassikale instructie. Op zich is daar niets mis mee, als het maar niet de hele les duurt. Regina zag het bij haar dochter toch gebeuren. Hoe kun je als docent je lessen zo vormgeven dat je leerlingen aangehaakt blijven, én je zelf uitstekend op de hoogte bent van hun voortgang en vorderingen? Oftewel: hoe maak je het leren zichtbaar?

Pfff, nou heeft ie weer vijftig minuten aan een stuk gepraat in de online les. Ik houd dat echt niet vol hoor, om zo lang te luisteren. Ik heb hem op mute gezet zodat ik mijn huiswerk tenminste af kon krijgen tijdens de lesHij is wel superaardig hoor, mijn docent, en hij weet echt veel, haast mijn dochter zich om aan het verhaal toe te voegen. Hij wil echt heel graag dat we alles begrijpen, maar jemig…. 

Gezegd is niet gehoord 

Een verzuchting van mijn puberdochter van bijna zestien (havo 4) na een uur online les volgenAls gevolg van de schoolsluiting krijg je als ouder een onverwachts inkijkje in hun dagelijkse lessen. Reuze interessant als je zelf uit het onderwijs komt. Bovenstaand voorval is helaas geen uitzondering op de regel en al helemaal niet als je kijkt naar het pre-corona onderwijs. In heel wat lessen staat de mondelinge uitleg van de docent centraalMaar: ‘gezegd is niet gehoord’ en ‘gehoord is niet begrepen’.  

Ik weet niet hoe dat bij jullie thuis gaat, maar als ik mijn partner naar de supermarkt stuur voor vijf boodschappen is het altijd weer een verrassing met hoeveel correcte items hij thuis gaat komen Gek genoeg verwachten we van leerlingen wel dat ze aan onze lippen hangen en alle uitleg onthouden, en dat soms vijftig minuten lang. Ik vraag me wel eens af of sommige docenten bewust zijn van het geringe effect van deze didactische aanpak op het leren van leerlingen, alle goede intenties van de docent ten spijt.  

Opereren in de frontlinie 

Lesgeven is ook complex. Er is geen tienstappenplan dat je kunt volgen waarna het allemaal op rolletjes loopt. Je moet je stof beheersen, een didactische aanpak kiezen, de zes rollen van de docent vervullen, je absenten bijhouden en niet vergeten om aan Mark te vragen of zijn oma al wat opgeknapt is. Daarnaast zijn er tijdens de les veel variabelen waar je je niet op kunt voorbereiden: de situatie thuis, de groepsdynamiek, of je leerlingen het vorige uur toevallig een toets hebben gehad of gewoon zoiets banaals als een wesp die je lokaal binnenvliegt. Het kost jaren van hard ploeteren om op al die fronten bekwaam te worden en dat doe je in je eentje voor de groepmet trial and errorin de frontlinie. Bikkels zijn het, die docenten. 

Bikkels zijn het, die docenten 

Hoe langer je docent bent, hoe meer je op routine vaart 

En daar zit nu juist ook de crux: als docent doe je heel veel alleen, met veelal indirecte feedback. Hoe weet je dan wanneer je het goed doetWat is dan eigenlijk ‘goed werk’? En hoe krijg je je eigen blinde vlek in beeld? De gesprekken over ‘goed werk’ van de docent worden veelal impliciet gevoerd tussen collega’s“Zmoet je dat aanpakken, en als je meer ervaring hebt, dan leer je dat vanzelf. Het punt is: meer ervaring maakt je niet automatisch een betere professionalUit onderzoek blijkt dat professionals zoals docenten, artsen en piloten die al twintig jaar werken gemiddeld niet beter blijken te presteren dan collega’s die het werk pas vijf jaar doen. De reden? Ze werken veel meer op routine en besteden minder tijd aan actief leren en verbeteren van hun werkwijzen 

Hetzelfde effect is waarneembaar bij docenten: na een aantal jaar wordt het werk gemakkelijker en er komt meer automatisme in je docentschapFijn voor je werkplezier, maar je wordt niet automatisch beter in wat je doet. Sterker nog, je gaat op de lange termijn minder presteren, tenzij je bewust regelmatig in the learning zone stapt om iets nieuws te leren, met alle ongemak dat daarmee gepaard gaat. 

Leren zichtbaar maken 

Terug naar het voorval in de inleiding. Wat zou er gebeuren als je als docent de focus verschuift van ‘heb ik alles goed uitgelegd’ naar hoe kan ik erachter komen of ze alles hebben begrepen? De processtappen van formatief evalueren kunnen handvatten geven om de focus te verschuiven van de stof van de les naar het leren van de leerlingen: kan ik zichtbaar maken wat ze geleerd hebben?  

Voor leerlingen is het heel zinvol als ze weten waar ze naar toe werken (Feed-up: werken vanuit leerdoelen en succescriteria) en hun voortgang ten opzichte van het leerdoel kunnen inschatten door de feedback die ze krijgen op een zichtbaar ‘bewijs van leren’Stap 3 is de Feed forward: de leerling krijgt aanwijzingen hoe hij zijn leren kan verbeteren zodat de leerling het gat tussen leerdoel en huidige prestatie zelfstandig kan verbeteren. 

Voor een verdere uitleg over formatief evalueren verwijs ik graag naar de website van het SLO. 

Formatief evalueren: feedback voor de docent 

Volgens professor John Hattie is het geven van formatieve interpretatie door de docent een van de hoogst scorende factoren die de leerprestaties significant vergroot (effectgrootte 0,9)De verklaring kan gevonden worden in het feit dat de docent (bijna) elke les gericht bewijsmateriaal verzamelt over de voortgang van zijn leerlingen. De docent organiseert daarmee zijn eigen feedback: wat is het effect van mijn les geweest, hoe ver zijn mijn leerlingen ten opzichte van de leerdoelenHiermee krijgt de docent aanwijzingen voor de volgende stappen in zijn lesgeven. Het feit dat je constant gericht op zoek bent naar feedback maakt het mogelijk dat je veel gerichter je lessen kunt bijsturen. En juist die feedback en het bewust nieuwe acties uitzetten geeft je eigen leerproces als professional een versnelling.  

3 tips om het leren zichtbaar te maken: op zoek naar ‘bewijs van leren’ 

Wat hebben jleerlingen nu echt begrepen, waar zijn foute gedachtenspinsels ontstaan en hoe ga ik die informatie gebruiken in het voorbereiden van mijn volgende les? Dat vraagt denkwerk vooraf, want naar welk bewijs ben je op zoek en op welke manier maak je dat dan inzichtelijk? Hieronder deel ik drie mogelijke manieren waarop je dit kunt doen; uiteraard is dit maar een greep uit alle mogelijke werkvormen. 

1. Vraag om een zichtbaar resultaat 

Vraag van je leerlingen om een zichtbaar resultaat met je te delen, zoals een opstel, conceptmap, uitgewerkte rekenopdracht of een filmpje met spreekvaardigheden. Op deze manier zorg je ervoor dat je ziet of hoort hoe het denkproces van de leerling vorm is gegeven.  

Voorbeeld van een conceptmap 

2. Gebruik exit cards 

Gebruik een (digitale) exit card waarbij iedere leerling aan het eind van de les individueel antwoord geeft op een controlevraagDit hoeft maar 5 minuten te duren en moet tijdens de les nog ingeleverd worden, zodat je weet wat de beginsituatie van je hele klas voor de volgende les is en hoe je daar op kunt anticiperen. 

Voorbeelden van vragen voor op een exit-card: 

  • Wat is het verschil tussen massa en gewicht? 
  • Teken een kloppende voedselketen van tenminste 5 organismen
  • Zet een apostrof op de juiste plaats in de zin “Its on its way” en “Hes very angry 

Mooie voorbeelden van ‘controle-van-begripvragen’ vind je op de site van Jorgen van Remoortele. 

3. Gebruik scharniervragen 

Gebruik een scharniervraag om ‘snelle feedback voor de docent’ op te halenDit is een meerkeuzevraag die je inzet op het moment dat je van het ene onderdeel van je les naar het andere gaat, waarbij de leerlingen de inhoud van het eerste deel begrepen moeten hebben om verder te kunnen met het tweede onderdeel, vandaar de term ‘scharnier’. Door het stellen van de vraag krijgt je binnen een minuut informatie over de stand van zaken bij de leerlingen, zodat je weet of je al verder kunt, of dat er nog onderdelen niet goed begrepen zijn. Het bedenken van een scharniervraag kost wel even tijd, want de antwoordopties moeten zo opgesteld zijn dat een leerling zelden door gokken het juiste antwoord zou kiezen. 

Voorbeeld van een scharniervraag bij het vak aardrijkskunde: 

De belangrijkste reden dat het ’s zomers warmer is dan ’s winters, is dat: 

  1. ADe afstand tussen de aarde en de zon verandert.
  2. BDe zon hoger aan de hemel staat
  3. CDe afstand tussen het noordelijk halfrond en de zon verandert
  4. DOceaanstromen warm water naar het noorden voeren
  5. EEr een toename van broeikasgassen is

(Het juiste antwoord is B, maar alle andere opties hebben er ook iets mee te maken en klinken dus aannemelijk als je je niet echt goed in de stof verdiept hebt) 

Zo haal je zichtbaar bewijs van leren op tijdens je les! 

Deze drie tips helpen je als docent oweg om zichtbaar bewijs van leren op te halen bij je leerlingen. Dit is directe feedback over het effect van je les, zodat je op basis van opgehaalde informatie, bij je leerlingen, je lessen kan bijsturen

Wil je hier met (met je collega’s) verder mee aan de slag? Schroom niet om contact met ons op te nemen!  

Deel dit artikel
Auteurs

Regina Reiniers

Regina Reiniers is trainer en adviseur bij Marant Interstudie. Door haar zeer ruime ervaring als docent heeft ze oog en vooral hart voor datgene waar onderwijs echt over gaat: de interactie tussen …

Meer over Regina Reiniers

Laat hier een reactie achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *