Home » Artikelen » Autisme in het VO: tips voor docenten en mentoren

Autisme in het VO: tips voor docenten en mentoren

Datum: 13 december 2018

Voor een leerling met een stoornis binnen het autistisch spectrum is het vaak moeilijk om zich staande te houden in het voortgezet onderwijs. In de hal, in de kantine en op het plein kan het onoverzichtelijk en druk zijn. De klassen zijn groot en bij ieder lesuur heb je een andere docent. Er heersen andere regels en sociale codes dan op de kleine veilige basisschool. Voor een leerling met een autismespectrumstoornis (hierna: ASS) betekent naar school gaan: het verwerken van een overdosis aan prikkels. Op school kunnen docenten niet alle prikkels wegnemen. Maar met kennis van autisme in het VO en begrip voor de leerling kunnen docenten wel een hele belangrijke bijdrage leveren aan de kans van slagen van de leerling.

Sociale codes

Onze sociale codes zijn voor leerlingen met ASS vaak moeilijk te begrijpen. Deze codes zien we terug in gebaren, maar vooral in gezichtsuitdrukkingen: de non-verbale communicatie. En juist deze non-verbale communicatie geeft diepte en betekenis in de interactie met elkaar. Bij leerlingen met ASS blijkt dit proces minder ontwikkeld. Woorden, zinnen en uitdrukkingen worden soms zeer letterlijk opgepikt. Mimiek en gebaren worden niet begrepen of onjuist geïnterpreteerd. Deze leerlingen kunnen voor ons vreemd of onbekend gedrag vertonen. Als je de leerling beter kent, herken je het gedrag en kun je beter begrijpen wat hij wil aangeven.

Tips voor docenten en mentoren

Algemeen

  • Let op de eigenheden van de leerling en luister goed naar dat wat ouders en vorige docenten over de leerling vertellen. Lees rapporten, bekijk overdrachtgegevens en luister naar de leerling. Waarschijnlijk kan hij zelf zijn sterke en zwakke kanten goed benoemen.
  • Wees zo voorspelbaar mogelijk. Dit kan door veranderingen van tevoren aan te kondigen. Leg het waarom van iets uit aan de hand van feiten, regels en afspraken. Kun je nog geen duidelijkheid bieden, geef dan aan wanneer wel.
  • Geef concrete goede voorbeelden. Vertel niet alleen welk gedrag niet geaccepteerd wordt, maar maak duidelijk welk gedrag er wel van de leerling verwacht wordt.
  • Leer de leerling hulp te vragen aan klasgenoten en niet alleen aan de docent. Maak dit duidelijk door afspraken te maken; wanneer, bij wie en op welke manier kan de leerling om hulp vragen.

Planning

  • Help met het agendabeheer. ‘Niet in de agenda geschreven’ betekent dat het huiswerk niet gemaakt wordt. Bied hulp bij het maken van de planning voor het maken van het huiswerk en het leren van proefwerken. Waar mogelijk kunnen vaste afspraken omtrent het huiswerk gemaakt worden, zodat de leerling het leert te generaliseren voor alle schoolvakken. Hierbij kan gedacht worden aan afspraken wanneer er geleerd gaat worden, wat er geleerd gaat worden en hoe lang er geleerd gaat worden.
    • Bijvoorbeeld: op vijf dagen, vier dagen en drie dagen voor de toets plan ik een half uur in om 1 hoofdstuk te lezen en de vragen te beantwoorden. De twee dagen voor de toets plan ik een half uur in om me te laten overhoren.
  • Voor een leerling met ASS is samenwerken niet altijd gemakkelijk. Dit komt door de beperkte executieve functies (moeite met plannen en organiseren) en de beperkte theory of mind (vermogen zich in de ander te verplaatsen). Ondersteun de leerling door de hoofdzaken voor het samenwerken te bespreken en visueel te maken. Denk hierbij aan een schema waarbij de inleverdatums vermeld staan, evenals de taakverdeling en hoe het uitgevoerd gaat worden.

Communicatie

  • Ondersteun de communicatie waar mogelijk met picto’s, foto’s of andere visuele hulpmiddelen. Wordt een les bijvoorbeeld verschoven? Maak dit dan visueel zichtbaar door de verandering aan te brengen in het lesrooster van de leerling met ASS.
  • Leerlingen met ASS hebben moeite met het onderscheiden van hoofd- en bijzaken. Wees in de communicatie daarom helder en concreet. Gebruik geen sarcasme, beperk beeldspraak en woordgrapjes, tenzij je zeker weet dat de leerling het kan plaatsen en relativeren.
  • Leerlingen met ASS hebben soms meer tijd nodig om de informatie te verwerken. Spreek daarom langzaam en in korte, duidelijke zinnen en controleer of de boodschap aankomt. Wacht even en vraag het desnoods na.
  • Bespreek missers in de communicatie. Ga samen na hoe het kwam dat hier iets mis ging. En hoe er samen voor gezorgd kan worden dat het dat dit niet meer voorkomt.

Structuur

  • Doordat leerlingen met ASS informatie gefragmenteerd verwerken, zien zij beperkt de samenhang tussen de losse elementen die waargenomen worden. Sluit daarom bij de leerling aan door zo veel mogelijk structuur te bieden. De structuur kan geboden worden door steeds de volgende punten te benoemen: “wat, waar, wanneer, wie en hoe”.
  • Vereenvoudig en verduidelijk de omgeving. Dit kan door het gebruik van rustig en voorspelbaar gedrag van de docent, het voorstructureren van de lesstof, het maken van een tijdsplanning en een vaste plaats in de klas. Mogelijke aanpassingen kunnen zijn: prikkelarme omgeving, time-outruimte, goede invulling van de pauzes, verlengde tijd bij toetsen, gebruik van hoofdtelefoon, laptop, etc.

Meer weten?

Wil je meer weten over autisme in het VO en kinderen geholpen kunnen worden met de problemen die zij ervaren? Neem dan contact op met de Servicedesk van de Behandelpraktijk via e-mail of (0481) 43 93 27.

Bronnen

Deel dit artikel
Auteurs

Sanne Leijzer

Sanne Leijzer is dyslexiebehandelaar bij Marant Behandelpraktijk. Ze begeleidt kinderen met dyslexie door middel van individuele behandelingen op school. Ook onderhoudt ze contact met de ouders en …

Meer over Sanne Leijzer

Laat hier een reactie achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *