Home » Artikelen » Beter leren door kennis over het brein

Beter leren door kennis over het brein

Datum: 13 april 2015

Het brein is al een tijdje ‘hot’. Boeken als ‘Wij zijn ons brein’ van Dick Swaab en ‘Puberbrein binnenstebuiten’ van Nelis en Van Sark gaan als warme broodjes over de toonbank. Ook in het onderwijs wordt er steeds bewuster rekening gehouden met hoe onze hersens werken. Op basisschool de Paasberg in Oosterbeek zie je kinderen daardoor veel vaker dan voorheen rennen en vliegen door de klas en op de Gerardus Majella/Sionsheuvel in Groesbeek gebruiken de kinderen nu vaker hun neus.

Dineke Emperpol is leerkracht in groep 4 op de Paasberg. Een heel gemotiveerde en enthousiaste leergierige klas volgens Dineke. Dineke is zich behoorlijk bewust van hoe de hersens werken. Dineke: ‘Als we werken dan moet het stil zijn in de klas, soms staat er heel zacht een muziekje op. Maar we wisselen dit regelmatig af met momenten van bewegen, om er zo voor te zorgen dat allebei de hersenhelften worden gestimuleerd.’ Dineke vertelt dat ze dat bewegen ook koppelt aan leeractiviteiten en noemt als voorbeeld een dansje en een liedje dat ze hebben bedacht voor een spellingsles: ‘ik is stam plus niks’ wordt zo opeens veel makkelijker te onthouden. ‘Als je de kinderen vaker laat bewegen op een dag, dan geeft dat ze een enorme drive,’ aldus Dineke. ‘Zo kun je er toch voor zorgen dat ze van half negen tot het einde van de middag getriggerd blijven.’

Intuïtief goed

Het schoolteam van de Paasberg volgde dit jaar een korte workshop ‘Brein en Onderwijs’ van Marant. Tonnie Bruins, directeur van de Paasberg: ‘Tijdens deze workshop hoorde ik veel leerkrachten “o ja!” roepen. Veel van wat we tijdens de workshop hoorden doen we intuïtief al goed, maar het wordt nu wetenschappelijk onderbouwd. En je leert door de workshop hoeveel het kan opleveren als je het bewuster gaat toepassen.’
Wat Tonnie zelf het meest is bijgebleven van de workshop is het verschil in woord-denkers en beeld-denkers. ‘We kregen de opdracht om te tekenen wat we gehoord en begrepen hadden. Ik had al snel een heel blad vol getekend, terwijl de collega naast mij een praktisch leeg blad had. Dan word je je er toch weer even bewust van dat we allemaal op een andere manier denken en leren. En dat dat bij kinderen dus ook zo is.’ Dineke vult Tonnie aan: ‘We zijn meer dan vroeger bewust dat iedereen anders is. En dat communiceren we daardoor ook duidelijker naar de kinderen. Je mag anders zijn, niets is beter of slechter.’ Volgens Dineke is er daardoor juist meer gelijkwaardigheid in de klas. ‘Iedereen is anders, maar qua respect zitten we wel op hetzelfde level.’

Leren voor het leven

Op www.Leraar24.nl vind je verschillende interessante filmpjes waarin Kees Vreugdenhil (Onderwijskundige en expert op het gebied van de brein) meer vertelt over breinvriendelijk onderwijs. Hij zegt daarin ook: ‘als ik toen geweten had wat ik nu wist, dan was ik anders omgegaan met de kinderen.’ Tonnie en Dineke beamen dit. ‘Vroeger stopte je veel meer dan nu de materie in het kind, terwijl we nu veel meer het kind bedienen en het kind centraal zetten.’ Tonnie: ‘Vroeger ging je meer uit van hoe het hoorde. Nu bewegen we meer naar de kinderen toe.’ Als recent voorbeeld geeft ze aan dat ze toen ze onlangs een avi-toets bij een leerling afnam tegen hem wilde zeggen dat hij het boek plat op tafel moest leggen. ‘Want zo hoort het eigenlijk.’ Maar toen ze bedacht dat er ook kinderen zijn die beter kunnen leren als ze recht voor zich kijken in plaats van naar beneden bedacht ze zich. ‘Bijna was ik weer vervallen in een oude overtuiging van hoe het hoort, terwijl het voor deze jongen zo veel beter was en hij vervolgens een uitstekende avi-score neerzette.’ Dineke: ‘we leren de kinderen nu veel meer dan vroeger leren voor het leven in plaats van op korte termijn leren voor een toets. We geven ze vertrouwen.’

Adrenaline versus dopamine

In de workshop van Marant wordt uitgegaan van zes breinprincipes (zie kader). Marlie Vromen en Kim Freriks, beiden onderwijsadviseur bij Marant, ontwikkelden de workshop Brein en Onderwijs. Marlie licht het breinprincipe ‘emotie’ toe. ‘Emoties in een les zorgen voor betekenis bij het leren. Onder dit breinprincipe valt ook het gevoel van basisveiligheid. Van gezien worden.’ Ze benadrukt dan ook het belang van een goede relatie hebben met de leerlingen. ‘Als een kind zich veilig voelt in de klas zijn de hersenen pas goed in staat om informatie op te nemen. Je moet weten dat bij een kind dat zich onveilig voelt meer adrenaline en cortison aangemaakt wordt, wat belemmerend werkt voor het leren. Een kind dat zich prettig voelt, maakt juist dopamine aan, wat het leren bevordert. Een goede band met je leerlingen is dus essentieel, want zoals Kees Vreugdenhil ook zegt “zonder relatie geen prestatie”.’ Maar ook enthousiasme bij de leerkracht en humor zorgen voor aanmaak van dopamine.

Ook het schoolteam op de Gerardus Majella/Sionsheuvel heeft de workshop ‘Brein en onderwijs’ gevolgd. Sascha Beisiegel is intern begeleider op deze school en staat één keer in de week voor groep 3/4. Ze heeft ook ervaren dat ze veel dingen al deed, maar minder structureel. “Door de workshop ben ik me nu veel bewuster hoe belangrijk mijn relatie met de leerlingen is. Ik snap nu welke impact een veilig gevoel en emotie hebben op het leren van de leerlingen. Daarom begroet ik de leerlingen ’s ochtends bij binnenkomst heel bewust zo persoonlijk mogelijk. Zodat ieder kind gelijk denkt ‘oh de juf vindt het fijn om mij te zien!”

Braingym

Een ander breinprincipe is ‘focus’. Het is belangrijk dat leerlingen tijdens de les in staat zijn om te focussen op hun taak. Kim: ‘Als je echt aandacht geeft aan hetgeen je leert, versterkt dit de verbinding tussen de neuronen in je brein. Het is dus zaak dat de leerlingen zich kunnen concentreren op dat wat belangrijk is.’ Ze vertelt verder dat voor concentratie juist ook voldoende ontspanning nodig is. ‘Er moet in een les voldoende balans zijn tussen concentratie en ontspanning,’ aldus Kim, ‘daarom is het voor leerkrachten ook handig om iets meer te weten over braingym of meditatie. Zodat ze leren hoe leerlingen zich ook weer kunnen opladen na een inspannende taak.’

“Als je de kinderen vaker laat bewegen op een dag, dan geeft dat ze een enorme drive”

Zes breinprincipes

  1. Zintuiglijk rijk – Denk aan de invloed van: Visuele en auditieve prikkels, gevoelsprikkels, temperatuur, licht, geur én natuurlijk beweging
  2. Emotie – Denk aan de invloed van: Het gevoel van basisveiligheid, gezien worden, positieve of negatieve emoties, stress, saamhorigheidsgevoel, vertellen uit eigen ervaring
  3. Herhaling – Denk aan de invloed van: Verbindingen maken, dingen betekenisvol maken, uitleggen, mindmappen
  4. Focus – Denk aan de invloed van: Doelen stellen, de essentie van de les herhalen, voorkomen van multi-tasken, balans tussen concentratie en ontspanning
  5. Creatie – Denk aan de invloed van: Het stimuleren van eigen oplossingen vinden, alternatieven bedenken, je eigen oordeel uitstellen, creatieve vakken serieus nemen
  6. Voortbouwen – Denk aan de invloed van: Voorkennis activeren, kinderen eigenaar van het proces maken, de onderwijsbehoefte verkennen, steunen, stimuleren en inspireren

Van graspaadje tot snelweg

Marlie legt in de workshop van Marant ook uitgebreid uit hoe het nou eigenlijk werkt met het brein, waarvoor ze de metafoor van een weg gebruikt: ‘Als je iets nieuws leert dan ontstaan er nieuwe verbindingen tussen hersencellen die een signaal doorgeven, waardoor er een ‘spoortje’ ontstaat. Dit spoortje kun je zien als een graspaadje. Gebruik je dit pad vaker, herhaal je de kennis op wat voor soort manier dan ook, dan weet het hersenen dat ze het spoor moeten versterken. En zo ontstaan er een soort snelwegen, waarover kennis steeds makkelijker kan bewegen.’ Vaardigheden en kennis wordt dus letterlijk ingeslepen in de hersenen als je op een onderwerp blijft prikkelen.’ Dineke van de Paasberg heeft haar leerlingen ook op deze manier uitgelegd hoe het werkt in hun hoofd. Dineke: ‘soms vragen de leerlingen “Juf, moeten we dat nou echt al weer doen?” en dan leg ik ze uit waarom we dat doen. Als je ze uitlegt wat er gebeurt als je over grassprietjes loopt, of als je er een tijdje niet meer over loopt, dan snappen ze opeens het nut van herhaling. En zo is kennis over het brein ook heel goed uit te leggen aan kinderen.”

Vanwege die ‘snelwegen’ in het hoofd is het ook belangrijk dat je aan het begin van een les aansluit bij wat kinderen al weten over een bepaald onderwerp legt Marlie uit. ‘Activeren van voorkennis is niet voor niets een belangrijk onderdeel van de les. Je zorgt er zo voor dat je leerlingen de verbindingen tussen de hersencellen verstevigen.’ Ze voegt hier aan toe dat het daarbij belangrijk is om af te wisselen in de manieren om de voorkennis op te halen. ‘Want,’ zegt ze, ‘het brein wil graag verrast worden en nieuwe prikkels krijgen. Dus de ene keer haal je voorkennis op door te vragen in tweetallen erover te praten, een andere keer laat je hen iets tekenen, en weer een andere keer laat je hen een rij vormen waarin ze de volgorde van bijvoorbeeld grote getallen representeren.’

Hoe hoog sprint een vlo

Uitdagen en prikkelen. Sascha is in haar lessen veel bewuster geworden dat het belangrijk is om verschillende zintuigen aan te spreken. ‘Zintuiglijk rijk’ heet dit breinprincipe. Sascha geeft onder andere de begrijpend lees- en woordenschatinstructie. En dat probeert ze naar aanleiding van de workshop iets anders aan te pakken door zoveel mogelijk de zintuigen te prikkelen. “Als je de leerlingen de woorden die ze moeten leren niet alleen laat lezen, maar ook laat zien, horen en misschien wel ruiken, dan krijgen ze direct een veel beter beeld er bij. Zo hadden we onlangs een les over pindakaas. Daar konden de leerlingen niet alleen zien en ruiken, maar ook proeven.” Zo ontstaat een breder vertakt neuronennetwerk en wordt de woordbetekenis beter geleerd en onthouden.

Uitdagen en prikkelen staat ook in de lessen van Dineke centraal. Ze start daarom iedere dag met een startvraag die ze leerlingen de dag ervoor meegeeft, zodat ze er thuis over kunnen nadenken of thuis de vraag kunnen opzoeken. Deze startvragen kunnen overal over gaan, maar moeten in ieder geval prikkelen.

“Ik begroet de leerlingen ’s ochtends bij binnenkomst heel bewust zo persoonlijk mogelijk. Zodat ieder kind gelijk denkt ‘oh de juf vindt het fijn om mij te zien!”

‘Deze week hadden we bijvoorbeeld de vraag: hoe hoog springt een vlo?,’ vertelt Dineke. ‘Soms komen de kinderen zelf ook met goede startvragen zoals bijvoorbeeld deze week een leerling vroeg: waarom houden dieren een winterslaap? Met de startvraag sluit ik aan het begin van de dag al gelijk aan op de kinderen en er ontstaan soms hele leuke gesprekken door in de klas, die je anders niet zou hebben. Je merkt dan gelijk weer hoe ‘eager’ kinderen eigenlijk zijn om te leren.’

Veranderingen doorvoeren

Tonnie: ‘Er is inmiddels zoveel bekend over het brein, waar we steeds meer mee doen in de klas, maar we zouden er eigenlijk nóg meer gebruik van kunnen maken.’ Op de vraag waarom we er niet nog meer van gebruiken antwoorden Tonnie en Dineke: ‘Je zit ook vast aan systemen. En afspraken over toetsen. De speelruimte om te experimenteren en uit te proberen is er niet altijd bij reguliere scholen. Je kan als individu wel nieuwsgierig
zijn, maar je bent een team. En als je iets grondig wilt doorvoeren moet 80% van team het er mee eens zijn.

Op de Paasberg zijn de leerkrachten in ieder geval de breinprincipes heel bewust aan het toepassen. En hebben ze met elkaar afgesproken om elkaar te blijven inspireren en motiveren. Tonnie: ‘Iedere leerkracht heeft nu een map in de klas om nieuwe ideeën in te doen en voor collega’s te kopiëren. En verder is het plan om iedere teamvergadering iemand te laten vertellen wat hij of zij in de klas heeft uitgeprobeerd en hoe dat uitpakte. We moeten tenslotte niet alleen de leerlingen inspireren en motiveren, maar ook elkaar.’ Nog een ander voordeel: hiermee zet je ook het breinprincipe ‘herhaling’ in. Bij de collega’s ontwikkelen op deze manier de kennispaadjes over brein zich steeds meer tot snelwegen!

Meer informatie?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met ons via interstudie@marant.nl.

 

Deel dit artikel

Laat hier een reactie achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Meer over dit onderwerp