Home » Artikelen » Formatief evalueren: hét geheim voor betrokken leerlingen

Formatief evalueren: hét geheim voor betrokken leerlingen

Datum: 27 juni 2018

Wanneer leerlingen betrokken en gemotiveerd zijn, leren ze het meest. Dat zal iedere leerkracht en IB’er herkennen. Maar hoe krijg je betrokken en gemotiveerde leerlingen? Hoe zorg je ervoor dat leerlingen zich verantwoordelijk voelen voor hun werk en zonder morren aan de slag gaan? IB’er en onderwijsadviseur Céline Ploeger legt samen met onderwijsadviseur Regina Reiniers uit hoe formatief evalueren zowel IB’ers, leerkrachten als leerlingen kan helpen.

Als leerkracht of IB’er valt het niet mee om van alle leerlingen in de klas een beeld te krijgen waar ze staan in hun leerproces. Ook leerlingen vinden het vaak moeilijk om aan te geven hoe ver ze zijn. Formatief evalueren is een krachtige tool waarmee je samen in beeld kunt brengen waar een leerling staat ten opzichte van de leerdoelen die hij/zij wil bereiken. Het maakt gebruik van de principes Feed Up, Feedback en Feed Forward van John Hattie.

Wat is formatief evalueren?

Formatief evalueren is het verzamelen, interpreteren en gebruiken van informatie door leerlingen en leerkrachten tijdens het leerproces om te bepalen waar leerlingen staan in hun leerproces, naar welke leerdoelen zij toewerken en hoe zij die leerdoelen kunnen bereiken. Door te differentiëren kun je aansluiten op de leerdoelen en leerbehoeftes van de leerling.

Uit onderzoek blijkt dat differentiëren en formatief evalueren hele effectieve methodes zijn om motivatie, eigenaarschap en leeropbrengsten van leerlingen te vergroten.

De basisprincipes van formatief evalueren

De basisprincipes van formatief evalueren zijn verrassend simpel. Aan het begin van een les(senreeks) bepaal je met je leerlingen wat de leerdoelen zijn en hoe een goed eindresultaat er dan bijvoorbeeld uit zou moeten zien. Vervolgens meet je tijdens het leerproces hoe ver de leerling de stof onder de knie heeft met bijvoorbeeld een toets, presentatie, opdracht of een andere werkvorm. Hierop krijgt de leerling feedback die hem helpt om het gat te overbruggen tussen de huidige stand en het einddoel. Deze feedback moet de leerling informatie geven over de onderdelen en vaardigheden die hij nog niet beheerst. Daarom is het geven van een cijfer voor een tussentoets niet zinvol; het geeft geen specifieke informatie over hetgeen de leerling nog te doen staat. Aan het eind van de rit meet je (indien gewenst) het eindresultaat (en ja, dan kun je een cijfer geven als je dat wilt).

Door formatief te toetsen krijgen leerlingen de kans om hiaten te vullen vòòr een toets of meetmoment. Dit is rendabel voor zowel de leerling als de leerkracht en de IB’er: iedereen weet nu beter wat hen te doen staat om een goed eindresultaat te bereiken.

Cijfers zijn ook maar een momentopname

Cijfers en beoordelingen zijn een momentopname, maar wel een momentopname die een negatieve indruk kunnen achterlaten. Wanneer een leerling een 4 behaalt, kan dat demotiverend werken. Maar eigenlijk is een cijfer helemaal niet zo relevant. Een cijfer of een onvoldoende beoordeling geeft een leerling geen houvast over wat er niet goed ging en hoe ze het resultaat concreet kunnen verbeteren. De constatering zou moeten zijn: je bent er nog niet, maar wat moet er nog gebeuren (en wat kunnen we samendoen?) zodat je er wel komt?

Eigenlijk zou je als school best wat minder vaak kunnen toetsen, of creatiever met toetsing om kunnen gaan. Er worden nu veel beslissingen aan scores opgehangen, wat geen recht doet aan het leren van een individuele leerling. Je zou ervoor kunnen kiezen om bijvoorbeeld een Citotoets opdelen, of slechts één keer per jaar een Citotoets doen zodat je een ijkpunt hebt.

Tussentijds inzicht in het leerproces

Leerkrachten zouden meer zicht moeten hebben op het verloop van het leerproces. Wanneer observatie en tussentijdse evaluatie deel uitmaakt van het proces, kun je op tijd bijsturen. Het is hiervoor essentieel dat je scherp kijkt naar het (leer)doel van de leerling. Ook voor leerlingen is het motiverend om inzicht te hebben in hun leerlijn. Als een leerling weet wat het doel is, wat hij/zij concreet moet doen om daar te komen, als hij/zij daar zelf invloed op uit kan oefenen én er vertrouwen in heeft dat dat binnen zijn/haar bereik ligt, dan is dat heel motiverend voor een leerling. Het betekent ook dat je als leerkracht naast de verplichte klassikale doelen ook met leerlingen kunt werken aan persoonlijke leerdoelen: waar wil je jezelf op verbeteren?

Het implementeren van formatief evalueren betekent niet dat je overgaat op individueel onderwijs. Veel leerkrachten denken dat zelfsturing of weektaken onmogelijk te overzien is in een klas met dertig leerlingen. Het kost inderdaad veel tijd om per leerling een individueel leerplan te maken, en dat hoeft ook niet, maar je kunt wel iedere leerling regelmatig over zijn of haar eigen leerproces spreken.

Conclusie

Toetsen is op zichzelf niet verkeerd, maar het is een tijdelijk meetmoment. Net zoals een gesprek en een observatie dat ook zijn. Toetsen moet niet het belangrijkste zijn in het leerproces van een leerling, maar het moet de status van een hulpmiddel krijgen. Wanneer je formatief evalueren implementeert, krijgen zowel leerling, leerkracht als IB’er (en ouders!) meer zicht op het leerproces, wat voor betrokken en gemotiveerde leerlingen zorgt. Een win-win voor iedereen!

Praktisch

Wanneer je met formatief evalueren aan de slag wilt, kun je de volgende praktische handvatten gebruiken:

Maak leerdoelen inzichtelijk

Laat de leerling zien hoe het eindproduct eruitziet, en hoe goed werk eruitziet. Laat leerlingen zelf een doel opleggen en ze daarnaartoe laten werken. Dat kan zijn: 10 sommen maken in een bepaalde tijd, of 15 minuten werken zonder met je buurman of buurvrouw te kletsen.

Vooraf toetsen

Ga eens vooraf toetsen in plaats van achteraf. Je weet dan precies wat leerlingen al kunnen en waar ze staan.

Persoonlijke doelen stellen en zichtbaar maken

Stel persoonlijke doelen met leerlingen en maak ze zichtbaar. Een persoonlijk doel hoeft niet ‘de tafel van 8 kennen’ te zijn, want dat kunnen sommige leerlingen meteen, maar dan bijvoorbeeld wel ‘de tafel van 8 achterstevoren kennen’. Het leerdoel moet voor iedere leerling een uitdaging zijn.

Auteurs: Celine Ploeger, onderwijsadviseur bij Marant en IB’er bij kindcentrum De Buut, en Regina Reiniers, onderwijsadviseur bij Marant.

Deel dit artikel
Auteurs

Regina Reiniers

Regina Reiniers is trainer en adviseur bij Marant Interstudie. Door haar zeer ruime ervaring als docent heeft ze oog en vooral hart voor datgene waar onderwijs echt over gaat: de interactie tussen …

Meer over Regina Reiniers

Laat hier een reactie achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *