Home » Artikelen » Fouten maken is goed – en wel hierom

Fouten maken is goed - en wel hierom

Datum: 30 oktober 2017

“Foutje? Yes! Weer wat geleerd!” Die reactie hoor je bijna nooit, maar waarom eigenlijk niet? Door een fout te maken leer je juist weer iets nieuws! Iedereen reageert weer anders op het maken van fouten. Dat zie ik dagelijks bij mijn behandelkinderen. Sommige kinderen vinden het, na het maken van een fout, spannend om iets nieuws te proberen, terwijl andere kinderen hun schouders ophalen en doorgaan met de volgende opdracht. Waar komt dit vandaan?

Zelfcompassie

Kinderen die beter om kunnen gaan met fouten lijken meer zelfcompassie te hebben ontwikkeld.  Volgens psycholoog Kirsten Neff bestaat zelfcompassie uit begrip voor jezelf als je het moeilijk hebt en het accepteren van het gevoel dat het fouten maken oproept. Het maken van een fout gaat vaak gepaard met gevoel van schaamte. Je bent teleurgesteld in jezelf, omdat je op dat moment even niet aan de verwachting kon voldoen. Bij mijn behandelkinderen zie ik het bijvoorbeeld als ze een woord fout hebben gelezen of hebben geschreven. De kinderen die hun schouders ophalen bij het maken van een fout, hebben daar zelf meer begrip voor. Zo hoor ik dan bijvoorbeeld: ‘Oké, dan weet ik het voor de volgende keer!’  Een geweldige reactie, toch?!

De rol van volwassenen

Dus zelfcompassie ontwikkelen is belangrijk, maar hoe doe je dat? Ouders, leerkrachten en zelfs behandelaars hebben een belangrijke rol in de ontwikkeling van zelfcompassie. Bedenk eens hoe je zelf reageert op het maken van een fout in het bijzijn van kinderen. Zeg je: ‘Oh, wat dom van mij dat ik dat ben vergeten!’, of zeg je juist: ‘Daar ga ik de volgende keer even aan denken’? Door zelf het voorbeeld te geven, weten kinderen dat jij als ouder/leerkracht of behandelaar ook fouten maakt en dat dit erbij hoort. Ook laat je op een goede manier zien hoe je ermee omgaat. Eigenlijk een win-win situatie! Jij voelt je beter en de kinderen leren ervan.

Mindset

Naast zelfcompassie kan de ‘juiste’ mindset ook nog helpen. Volgens psycholoog Carol Dweck zijn er twee verschillende mindsets, namelijk de statische (fixed) mindset en de groeigerichte (growth) mindset. Bij de statische mindset vermijd je uitdagingen, omdat de kans op fouten maken groter wordt. De grootste angst is falen en dom overkomen. Bij de groeigerichte mindset gaat het om ontwikkelen, leren en ervaringen opdoen. Een kind met een groeigerichte mindset is blij met uitdagingen en staat open voor kritiek. Goede feedback kan helpen om van een statische mindset naar een meer groeigerichte mindset te gaan. Dit doe je bijvoorbeeld door complimenten te geven die gericht zijn op inzet en niet op prestatie, maar ook door aan te geven dat fouten juist positieve leermomenten zijn in plaats van faalmomenten.

Iemand die nooit een fout heeft gemaakt, heeft nooit iets nieuws geprobeerd’ – Einstein

Zowel zelfcompassie als de juiste mindset kunnen helpen bij het omgaan met fouten. Het ontwikkelen van zelfcompassie en het vergroten van een growth mindset heb je niet meteen onder de knie. Maar onthoud: wees wat vriendelijker voor jezelf als je een fout maakt. De volgende keer zal het vast beter gaan!

Deel dit artikel
Auteurs

Michelle Oosterhoff

Michelle Oosterhoff is orthopedagoog bij Marant Behandelpraktijk. Ze begeleidt kinderen met dyslexie. Daarnaast voert ze onderzoeken uit om dyslexie vast te stellen.

Voor Michelle als orthopedag…

Meer over Michelle Oosterhoff

Laat hier een reactie achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *