Home » Artikelen » Hier moet je je op focussen als je een cultuur van permanent leren en experimenten wilt vasthouden

Hier moet je je op focussen als je een cultuur van permanent leren en experimenten wilt vasthouden

Datum: 16 april 2020

We zitten inmiddels in de vijfde week van de verplichte schoolsluiting. Leraren en leerlingen missen elkaar en willen weer naar school. Tegelijkertijd neemt ook de onrust toe over de heropening van de scholen na de meivakantie, zo blijkt uit een enquête van de AOb. De roep om de goede dingen van deze periode vast te houden klinkt inmiddels steeds luider. Adviseur Jan van Leeuwen legt uit welke focus daarbij belangrijk is.

Er was verbazing én trots van schoolleiders over waartoe leraren en anderen in de scholen in korte tijd in staat bleken. “Er is in no time een programma voor onderwijs op afstand gerealiseerd”, aldus een rector van een VO-school. “Mijn team was zo innovatief bezig met nieuwe leerstof, nieuwe instructies en nieuwe methoden in die eerste weken”, vertelde me een directeur van een Integraal Kindcentrum. “In een korte tijd is iedereen inclusief ikzelf een stuk vaardiger geworden op het gebied van ICT”, schreef een jonge directeur van een basisschool in een email.

Optimisten reppen zelfs van een ongekende versnelling in onderwijsinnovatie: in drie weken crisis zou nu gerealiseerd zijn wat anders drie jaar zou duren. Immers, zelfs de meest fervente tegenstanders en uitstellers van het gebruik van ICT in het onderwijs en de grootste sceptici van meer maatwerk voor leerlingen hebben noodgedwongen ‘een beweging’ gemaakt. Dus, klinkt de oproep vanuit het onderwijsveld, moeten we dit proces benutten om ‘een werkelijke transitie’ van het onderwijs te realiseren. We moeten zorgen dat deze ‘beweging’, deze nieuwe verworvenheden, niet verloren gaan door terug te keren naar ‘business as usual’.

Het stenen tijdperk is niet geëindigd door een gebrek aan stenen

Laat er geen misverstand over bestaan: ik heb respect voor het werk dat door leraren en anderen in het onderwijs is verricht, voor de compassie, de energie, de motivatie en de bereidheid om moeite te doen. Zelfs ten koste van de eigen (nacht)rust. Maar wát moet er nou eigenlijk uit deze periode vastgehouden gaan worden? Het maken van afstandsonderwijsprogramma’s? Het aanleren van nog meer ICT-vaardigheden? Innovatief omgaan met nog meer nieuwe instructies? En gaat de veronderstelde versnelling dan hierover? En is dat dan ook de ingezette transitie of de voorbode daarvan? Ik dacht het niet.

Het nieuwe normaal bestaat niet, wel gewenning aan het ongewone. Menselijk gedrag wordt voor ca. 95% aangestuurd door onbewuste en onderbewuste processen. Dat maakt het leven ook leefbaar; het maakt dat we niet bij bijna alles hoeven na te denken maar kunnen vertrouwen op onze automatische piloot. Het ‘oude normaal’, oftewel de oude patronen in ons gedrag, zijn vele malen sterker dan de gewenning aan een paar weken anders leven en werken. Terugkeer naar het oude vertrouwde is dan ook te verwachten. Veranderen gaat niet vanzelf. In die zin hebben schoolleiders en leraren wel werk te verrichten.

Er was niet slechts één goede wijze om het onderwijs te continueren na het besluit de scholen te sluiten. Leerlingen zijn verschillend, maar ook leraren, scholen en omstandigheden. Iedere school, iedere afdeling, iedere leraar heeft zelf keuzes moeten maken wat voor haar/zijn leerlingen in deze fase van het leerproces, bij dit vak, op deze school, en gezien de beschikbare faciliteiten, zou kunnen werken. Zonder een garantie vooraf: als we deze les digitaal maken en dit leermateriaal online zetten, weten we wat het leereffect zal zijn. Was dat maar waar. Veel leraren hebben vooral proefondervindelijk ervaren wat er wel en niet werkte met de beschikbare middelen en expertise, om vervolgens op basis van die ervaringen bij te stellen, te verbeteren, extra contact te zoeken, etc.

Het Cynafin-framework van Dave Snowdon geeft een aardig kijkkader om deze context te duiden waarin de scholen het onderwijs hebben moeten aanpassen. Hij onderscheidt in dat model verschillende contexten waarin een veranderproces kan plaatsvinden: achtereenvolgens simpel, gecompliceerd, complex en chaotisch. Deze contexten kenmerken zich door een oplopende mate van onvoorspelbaarheid van het proces zelf en de uitkomst ervan.

Het huidige proces van veranderingen in het bestaande onderwijs laat zich het beste kenmerken als een proces in een chaotische context: we snappen alleen maar hoe en waarom de dingen gaan zoals ze gaan als we terugkijken. We konden ze niet voorspellen: denk aan groter worden van de kloof tussen kinderen uit kansrijke en kansarme situaties; de toenemende stress bij ouders die thuisonderwijs moeten verzorgen én zelf ook thuis moeten werken, het besluit over de eindexamens, de anderhalve meter-maatregel, de toename van huiselijk geweld, het hamsteren van wc-papier, de onzekere financiële situatie van ouders, het schoner worden van de lucht en het water, de mondkapjesstrijd…

Veranderingen in een chaotische context zijn succesvol als er ruimte is voor het vakmanschap van mensen, als de aandacht ligt op alles wat er mogelijk is, zonder precies te weten wat dat is en hoe je dat creëert. Als er vertrouwen is in het zelforganiserend vermogen van de mensen en de leidinggevenden de angst afschudden dat ‘het alle kanten opschiet’.

En dát is nou precies wat we in de voorbije weken in het onderwijs hebben gezien: het vrijkomen van een enorme massa creativiteit, flexibiliteit en onderlinge afstemming. Dat is de werkelijke verworvenheid van deze crisis: het aangeboorde vermogen om ‘het’ anders te doen.

De focus moet vanaf nu blijven liggen op wat er mogelijk is

 Succesvolle scholen kennen in de aanpassingen van hun onderwijs gedurende deze gedwongen schoolsluiting een leiderschap dat enerzijds al ruimte gaf aan het vakmanschap van de leraren en al langere tijd vertrouwde op hun wijsheid, en anderzijds al veel vaker ruimte gaf om te experimenteren met nieuwe vormen van onderwijs. En experimenteren betekent: het mag mislukken. De leiders in deze scholen hebben vooral gekaderd, gefaciliteerd (geregeld) en daarna vooral vertrouwd op hun mensen.

De focus moet vanaf nu blijven liggen op wat er mogelijk is. Niet op de resultaten van de aanpassingen – het afstandsonderwijsprogramma, de nieuwe instructies, de ict-vaardigheden – maar op het feit dát het mogelijk is om de dingen anders te doen. Op de creativiteit en flexibiliteit, op de bron, het vermogen de dingen anders te doen. Spreken van een transitie of van versnelling, heeft het gevaar van focus op producten, dingen, vaardigheden en verschijnselen. Mee ophouden dus.

Het stenen tijdperk is niet geëindigd vanwege een gebrek aan stenen, maar omdat onze voorouders mogelijkheden zagen in andere materialen, zonder te weten wat die mogelijkheden precies waren. Wacht dus niet tot de crisis over is, dan is het te laat. Stimuleer je mensen nu al om blijvend te werken vanuit niet-weten, maar met een duidelijk doel voor ogen: het leren en ontwikkelen van elke leerling zo optimaal mogelijk maken.

Jan van Leeuwen

Deel dit artikel
Auteurs

Jan van Leeuwen

Jan van Leeuwen is senior adviseur bij Marant Interstudie en werkt sinds 1990 als trainer, coach en adviseur aan de ontwikkeling van leiderschap in het onderwijs.  Jan is gespecialiseerd in de ont…

Meer over Jan van Leeuwen

Laat hier een reactie achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *