Home » Artikelen » Hoe blijf je een goede docent?

Hoe blijf je een goede docent?

Datum: 26 september 2018

Persoonlijke ontwikkelplannen op het Lyceum in Elst

Net als in andere sectoren is het belangrijk dat docenten zich blijven ontwikkelen en professionaliseren. Er is immers nog zoveel meer te leren dan tijdens de lerarenopleiding aan bod komt! De meeste scholen organiseren hier eens of meerdere malen per jaar een studiedag voor. Het Lyceum in Elst besloot het anders aan te pakken en vroeg Marant om een ontwerpdag te organiseren. Op deze dag formuleren alle docenten samen een antwoord op de vraag ‘Hoe blijf ik een goede docent?’. Ze passen hierbij de technieken van Design Thinking toe. Aan het eind van de dag heeft iedere docent een persoonlijk leerplan in handen, zodat de docent, maar ook de school, zicht heeft op welke professionaliseringsactiviteiten er georganiseerd moeten worden, voor nu en voor de lange termijn.

De dag start met een goed voorbeeld van hoe het níét moet. Jan-Maarten, de rector, speelt met een collega een beoordelingsgesprek na waar bij de professionalisering alleen wordt gelet op het aantal uren dat je ergens mee bezig bent geweest. De leidinggevende is alleen geïnteresseerd in keiharde resultaten en heeft geen oog voor het proces en de ontwikkeling die de docent doormaakt. De docenten kijken het tafereel ontspannen aan. Zij begrijpen ook wel dat dit niet motiveert en stimuleert om werk te maken van je professionalisering. Maar hoe moet het dan wel?

Snelkookpan

Trainer Inge neemt het stokje over. Ze vertelt dat er vandaag gebruik wordt gemaakt van de Design Thinking-werkwijze: een snelkookpan waarin op hoog tempo samen wordt nagedacht over een bepaald thema. Het gaat hier vooral om het genereren van nieuwe ideeën, waar vervolgens concrete plannen mee worden ontworpen. Zo kan binnen een dag een oplossing worden ontworpen op een brede en soms ingewikkelde vraag.

Na de uitleg over het programma wordt iedereen meteen aan het werk gezet. Welke gedachten maakt de centrale vraag van vandaag (‘Hoe blijf ik een goede leraar?’) los? Iedereen schrijft de eerste ideeën op. Daarna gaat de grote groep uiteen in kleinere groepen voor twee brainstormsessies, waarin steeds een andere rol van de docent centraal staat: de mentor, de pedagoog, de didacticus, de regisseur, de toetser/beoordelaar, de coach en de collega/teamplayer. Vanuit die rol wordt nagedacht over de hoofdvraag. Daarna kiest iedere groep afzonderlijk een aantal ideeën die de moeite van het nader onderzoeken waard zijn. Dit worden de now-wow-how genoemd: welke ideeën zijn het meest haalbaar (nu uitvoerbaar, dus ‘now’), met welke ideeën heb je de meeste affiniteit (wow), en welk idee is het meest ambitieus maar mist nog een aanpak (hoe kun je die uitvoeren, dus ‘how?’).

Design Thinking Marant

Springen en overgooien

Er is weinig tijd om onderuitgezakt op je stoel te zitten. Tussen de opdrachten door gooien de trainers er regelmatig een energizer in om iedereen scherp en alert te houden. In het ene lokaal staat een groep te springen, terwijl in een ander lokaal een rol tape wordt overgegooid. Dit zorgt er ook voor dat iedereen meedoet: je moet opletten dat je die rol tape niet tegen je hoofd krijgt! Een ander voordeel is dat bewegen ervoor zorgt dat je brein actiever is en je beter kunt nadenken.

Van persoonlijk niveau naar schoolniveau

Tijdens de lunch vullen de docenten hun persoonlijke ontwikkelplan in. Wat willen ze gaan doen, hoe willen ze dat gaan doen en wat hebben ze daarvoor nodig? De antwoorden komen uit de brainstormsessies en hebben betrekking op ieders individuele ontwikkeling. Na de lunch worden er nieuwe groepen gevormd. Per groep wordt bekeken hoe professionalisering op schoolniveau ingevuld kan worden. Er wordt druk gediscussieerd over het beste idee. Tegelijkertijd vullen de groepen een ontwerpposter in: wat is het plan, wie gaan dat doen, waar gaan ze dat doen en wat is het tijdspad? Wanneer moet het gebeuren, wat is er nodig en wat is de actielijst? Waar in de ochtend tijd en ruimte was om álle ideeën te benoemen en uit te zoeken, wordt er nu juist gefocust: waar is behoefte aan en is dat te realiseren?

Stickers plakken

Aan het eind van de middag worden de verschillende ontwerpposters gepresenteerd. De groepen lijken het over één ding eens: het is belangrijk om als docenten onderling tijd door te brengen. Er zou bijvoorbeeld veel meer gebruik gemaakt kunnen worden van elkaars expertise. Als idee wordt geopperd om een middag per maand een intervisiecafé te organiseren, waar docenten casussen in kunnen brengen en waar samen nagedacht kan worden over vraagstukken. Een ander onderwerp dat eruit springt is het vergroten van de zelfstandigheid van de leerlingen.

Na de presentaties mogen de docenten drie stickers plakken bij de drie posters die ze het meest aanspreken. Zo is in een oogopslag te zien welk onderwerp het meeste draagvlak heeft binnen de school. De docenten gaan de komende tijd aan de slag met de ideeën die ze het meest aanspreken.

Iedereen draagt bij

Het grote voordeel van deze werkwijze is dat letterlijk iedereen bijdraagt. Iedereen kan op deze ontwerpdag zijn ideeën inbrengen en vorm geven aan zijn eigen professionalisering en die van alle collega’s. De betrokkenheid en motivatie neemt hierdoor enorm toe. Professionalisering wordt niet van boven opgelegd en bedacht, maar juist door alle docenten (vanuit de vraag en behoefte) aangedragen. Een mooie manier om docenten eigenaarschap te geven over hun eigen professionalisering!

Bekijk hieronder hoe deze dag verliep!

Deel dit artikel
Auteurs

Judith Bosch

Judith Bosch is bedrijfsjournalist bij Marant. Als onderdeel van de Marketing en Communicatie-afdeling schrijft en redigeert ze teksten, blogs en informatieve uitingen als flyers en folders. Daarna…

Meer over Judith Bosch

Laat hier een reactie achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *