Home » Artikelen » Hoe de coronacrisis de generaties dichter bij elkaar brengt

Hoe de coronacrisis de generaties dichter bij elkaar brengt

Datum: 7 april 2020

Voor de coronacrisis werd regelmatig geschreven over de generatiekloof tussen jong en oud, die moeilijk te verenigen zou zijn. Onderwijsbemoeier en adviseur Jan Klein ziet de verschillen tussen de generaties, maar de kloof lijkt te verdampen in deze tijden van crisis. Is hij er tegenwoordig nog wel, of kunnen we momenteel beter spreken van generatieverbinding?

Generatiekloof of generatieverbinding: wat zien we tegenwoordig? Op diverse manieren prikkelde mij die vraag dit weekend. Ik las namelijk een gedeelte uit het essay van de Italiaanse schrijver, Paolo Giordano. Ook las ik een vraag van Dolph Kohnstamm, emeritus hoogleraar ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Leiden, naar aanleiding van zijn boek Plotseling zelfbesef. Verder kreeg ik via WhatsApp een filmpje (eigenlijk meer een diaserie; over oud worden gesproken…) toegestuurd. Ten vierde keek ik (natuurlijk) naar mijn enige beeldkanaal tijdens deze crisis, het NOS Journaal van zes uur. Wat doen de journalisten daar toch goed en integer hun werk. En als vijfde, ja toch maar weer, die hond van mij, Twister. Gisteren liep ik door onze wijk en daar ontmoette het twaalf jaar oude beestje een hondenpuber die alleen maar wilde spelen.

Je kent ze misschien wel, zo’n hyperactieve labradoodle, met alle eigenschappen van een goeiige, bijna naïeve labrador en de bibberige nervositeit van een poedel. Ik voelde de spanning bij Twister, bijna plaatsvervangend. Over generatiekloof gesproken. Bij Twister en die labradoodle is het helemaal duidelijk: dat wordt nooit wat. Wat wil je ook, met die oude, zachtmoedige hond van mij. In mensenjaren is ze ongeveer 80; die lompe labrador-poedelkruizing zit volop in de pubertijd. Een hartstikke lieve hond hoor, leuk, lief beest, maar drúk… Niks voor een 80-jarige.

Nee, dan het NOS Journaal. Prachtig om te zien hoe jong en oud zich aan het verbinden is. Wel met enige afstand, maar toch. De meeste ouderen begrijpen de jongeren en de jongeren spannen zich in om de ouderen enigszins op te vrolijken, de situatie dragelijk te maken en vooral in verbinding te blijven. “Opa en oma, ik houd van jullie!”, zegt een kleindochter van 16 jaar. En die tachtigjarige senioren, nog behoorlijk kras, zie je stralen. En ik hoor van het verdriet van een jonge twintiger om het verlies van ‘een (h)echte vriendin’, een vrouw van 78 die is overleden aan de gevolgen van…

En dan dat leuke filmpje dat ik kreeg. Nou, echt terug in de tijd. Ik mag me al rekenen tot de senioren in dit land… Toch is het ongelooflijk schrikken als je bij bijna alles in het filmpje uitroept ‘Ach ja, dat weet ik nog!’. Tegelijkertijd ben ik ook heel gezegend met mijn gezondheid en, ondanks mijn 55+ leeftijd, het gevoel dat ik nog een jonge veertiger ben.

Verder las ik de vraag van Dolph Kohnstamm. Hij vroeg: Heb je een diep ervaren jeugdherinnering van ‘geroepen worden’, in de zin van een plotseling besef van ‘That’s me!’? Of, gewoon in onze taal, een ‘ik ben ik’-ervaring? Zo’n diepe kind-ervaring waarin je je plotsklaps realiseerde: Dit is mijn leven! Dit ben ik!

Veel mensen schijnen in hun kinderjaren zo’n soort ‘bliksemflits-ervaring’ te hebben gehad. Een ervaring of gevoel waarbij ze zich ineens realiseerden, als uniek individu, onderdeel te zijn van een groter geheel. Waar het me hier om gaat is dat Kohnstamm zegt dat die kind-ervaring, die ook Herbert Spiegelberg beschrijft in zijn artikel I-am-me, een moment is van zelfontdekking, van bestaansbestemming.

Zelf kan ik me ook zo’n ervaring herinneren. Het mooie was, dat ik vanaf dat moment heb geweten, wat ik wilde gaan doen met mijn leven. Dat is overigens aardig uitgekomen. En hier is ook sprake van verbinding, dwars door een generatie-leven heen. Je kindertijd, je volwassenheid en senioriteit verbinden zich met elkaar. Geen kloof, maar verbinding.

Tot slot, de prikkel, die ik als eerste noemde. Het essay van Paolo G. In tijden van besmetting. Hij schrijft onder andere zoveel als: “In tijden van niet-besmetting zijn wij één enkel organisme. In tijden van besmetting worden we weer een gemeenschap.” Jonge, gezonde mensen gaan er anders mee om dan ouderen, die veelal kwetsbaarder zijn. En toch zie je daarin verbinding. Hoe prachtig! Ik zie jonge vakkenvullers of kassamedewerkers, van amper 16-17 jaar, die een helpende hand uit willen steken naar ouderen, die er even niet uitkomen. Ik zie ouders met jongeren rond de keukentafel zich buigen over het huiswerk van de komende drie dagen. Ik zie pubers hun vaders uitleggen hoe ze kunnen Skypen en ik zie tieners een lied karaoke-en voor hun oude buurvrouw.

Generatiekloof?

Als we meer verbinding (willen) zien (en die zien we volop in deze tijd), dan hoeven we aan die kloof geen kluif meer te hebben, maar kunnen we in verbinding met elkaar er heel wat aan afkluiven. Toch? (Of denk ik nu toch weer teveel in honden-beelden?) In ieder geval gebeuren er ook erg mooie dingen in deze tijden, waarin zorg en verdriet een grote rol spelen. Ik word er warm van. Jullie hopelijk ook!

Ik wens jullie allemaal een mooi verbonden werkweek!

Deel dit artikel
Auteurs

Jan Klein

Jan Klein is een relationele onderwijsbemoeier. Hij spreekt, verbindt en begeleidt zowel schoolleiders in opleiding als directeuren die zich willen professionaliseren. Ook werkt hij aan visie- en c…

    Meer over Jan Klein

    Laat hier een reactie achter:

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *