Home » Artikelen » Leestoetsen op school: wat wordt er gemeten?

Leestoetsen op school: wat wordt er gemeten?

Datum: 29 januari 2019

In de loop van een schooljaar zijn twee hoofdmomenten aan te wijzen waarop de voortgang in lezen en spelling gemeten wordt aan de hand van leestoetsen. Deze meetmomenten vinden plaats in januari/februari en in mei/juni, en worden ook wel de midden- en eindmeting genoemd.

Tijdens deze momenten wordt er aan de hand van leestoetsen beoordeeld hoeveel een kind vooruit is gegaan ten opzichte van het vorige meetmoment. Naast de eigen vooruitgang wordt er gekeken waar het kind staat ten opzichte van andere kinderen uit dezelfde klas of van dezelfde leeftijd. 

Dit maakt het mogelijk de lees- en spellingontwikkeling van een kind in kaart te brengen. Hiernaast geeft het inzicht in welke leerlingen baat hebben bij extra begeleiding en oefening.  

Het toetsen van losse woorden 

Om te beoordelen of een kind de basis van het lezen beheerst, start een school met het toetsen van losse woorden. Dit is vooral belangrijk in groep 3 en groep 4. De meeste kinderen hebben het decoderen (van een letter naar een klank naar een woord) vanaf dat moment goed onder de knie. Hierna wordt het belangrijker dat een tekst vlot wordt gelezen en vooral goed begrepen wordt. 

Met de lees- en spellingontwikkeling van een kind wil je uiteindelijk komen tot een niveau van functionele geletterdheid. Dit houdt bijvoorbeeld in dat kinderen de ondertiteling op televisie kunnen bijhouden. Om dit niveau te toetsen wordt vaak de DMT (drieminutentoets) afgenomen. Bij deze leestoets krijgt je kind drie verschillende leeskaarten, waarbij hij per kaart 1 minuut leestijd heeft. De leeskaarten worden steeds een beetje moeilijker.  Zo wordt gemeten hoe nauwkeurig en vlot je kind kan lezen, door vast te stellen hoeveel losse woorden hij in drie minuten tijd kan lezen. De drieminutentoets wordt bij ieder kind individueel afgenomen door een leerkracht, onderwijsassistent of interne begeleider. 

Voor kinderen met dyslexie en zwakke lezers blijft het belangrijk om van tijd tot tijd stil te staan bij de basis. Hoe goed kunnen ze losse woorden lezen zonder dat deze in een tekst staan? Hierbij is het doel niet om ‘snel losse woorden te kunnen lezen’, maar om de vooruitgang en leesaanpak van het kind in kaart te brengen. Dit helpt om in de periode hierna leesinstructies aan te passen op de behoeftes van het kind. 

Het toetsen van zinnen en teksten 

Om te beoordelen hoe goed het een kind afgaat om (na losse woorden) zinnen en teksten te lezen, wordt gebruik gemaakt van de AVI-toets. Aan de hand van deze toets krijgt je kind een zogenaamd AVI-niveau (leesniveau). Per schooljaar is sprake van twee AVI-niveaus die gebaseerd zijn op wat een kind per schooljaar zou moeten kunnen. Zo zou een kind in januari van groep 3 minimaal het niveau AVI Midden 3 (M3) moeten beheersen. En aan het einde van groep 3, in juni, zou het kind AVI E3 moeten beheersen. Deze niveaus lopen door tot en met eind groep 7, dus AVI E7. Wanneer een kind in groep 8 zit, wordt verwacht dat hij het niveau AVI plus beheerst.

Erg handig: leesboeken voor kinderen hebben een AVI-niveau waardoor je boeken op het leesniveau van je kind kunt uitzoeken! Wil je meer weten over de AVI? Lees dan de blog van mijn collega Maaike:Alles wat je altijd al wilde weten over AVI-niveaus. 

Tip: de toetskalender

Op de website wijzeroverdebasisschool.nl vind je een handige toetskalender voor groep 3 tot en met groep 8, bekijk de kalender hier direct (PDF). De AVI-toets en drieminutentoets staan bijvoorbeeld gepland in de periode half januari tot half februari. Aan het begin van het nieuwe jaar, maar niet direct na de kerstvakantie. Dan zitten een aantal kinderen, vooral de wat zwakkere lezers, vaak nog in een vakantiedip.

Heb je nog vragen met betrekking tot dit artikel over leestoetsen? Stuur gerust een e-mail naar Sonja om deze te bespreken.

Deel dit artikel

Laat hier een reactie achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *