Home » Artikelen » Leidinggeven na de wittebroodsweken van de coronacrisis: vaart maken of nog even stilstaan?

Leidinggeven na de wittebroodsweken van de coronacrisis: vaart maken of nog even stilstaan?

Datum: 9 april 2020

Onderwijsadviseur Jan van Leeuwen ziet de eerste rafelrandjes ontstaan in het onderwijs op afstand. Wat kun je als schoolleider doen om straks het ‘normale’ onderwijs weer vorm te geven? Waarop ga je sturen als straks de school weer open is: zo snel mogelijk weer vaart maken of nog even stilstaan?

Leestijd: 6 minuten

“Ik merk om mij heen dat collega’s constant ‘aan’ staan. De appgroepen waar ik in zit, zijn erg actief en ‘lichten’ tot laat in de avond op, zeg maar gerust nog om 23.30 uur. Op een gegeven moment had ik zelfs 334 berichten gemist. En dan zit ik in vier verschillende appgroepen. Daarnaast gingen de berichten en mails maar door, zelfs op mijn vrije dag. Ik vind het heftig. Ook op Facebook kwamen in de verschillende werkgroepen berichten voorbij van bijna-afgebrande collega’s. Afgelopen woensdag tijdens mijn vrije dag heb ik in alle apps aangeven: “Het is mijn vrije dag. Morgen ben ik weer beschikbaar.” (Teamleider in opleiding)

In de eerste weken van de schoolsluiting vanwege de coronacrisis raakten veel schoolleiders in een soort flow. Aan de ene kant ervoeren zij de situatie als ongelofelijk hard werken, maar tegelijkertijd kregen ze er veel energie van. Ze waren – en zijn – erg trots op wat hun school en hun mensen in korte tijd voor elkaar hebben gekregen om het leren van de leerlingen zoveel als mogelijk te laten doorgaan. Er kwam een golf van creativiteit, energie, motivatie en bereidheid om te experimenteren vrij. Schoolleiders gaven (eindelijk!) vooral leiding aan processen die lukten. Ze zaten de eerste weken hoog in de adrenaline, en ook hen lukte veel. Dat was hard werken en de beloning daarvoor kon snel ervaren worden in de successen die geboekt werden.

Rafelrandjes

Inmiddels zitten we in de vierde week van de schoolsluiting. We zijn voorbij de wittebroodsweken van de schoolsluiting; de eerste weken waarin er veel werd uitgeprobeerd en er veel lukte, er veel ruimte werd gegeven en benut en dus veel verantwoordelijkheid werd genomen. Nu zijn we in de fase aanbeland waarin er ook steeds meer rafelrandjes zichtbaar worden van deze bijzondere situatie. Zoals de overbelasting die de golf van enthousiasme en creativiteit ook veroorzaakt heeft, doordat sommige leraren het idee hebben dat ze in het online onderwijs ook 24/7 beschikbaar moeten zijn voor leerlingen en hun ouders. En de opvatting dat ze tot ’s avonds laat met hun collega’s moeten delen, overleggen en sparren.

Ook de belasting voor leraren die zelf (jonge) kinderen thuis hebben wordt steeds zichtbaarder. Die kinderen moeten – terwijl je zelf ook moet werken – begeleid worden bij hun schoolwerk, en dan is er vaak ook nog een partner die noodgedwongen vanuit huis probeert te werken. Niet alleen zijn er leerlingen die niet over de gewenste devices beschikken; ook voor leraren met een dergelijke thuissituatie is niet altijd de laptop, de computer of tablet beschikbaar op het moment dat dat nodig is. Met irritatie en stress als gevolg.

En denk aan de 7000 basisschoolleerlingen die ‘kwijt’ zijn volgens de PO-raad en de steeds groter wordende zorg over het ontbreken van voldoende opvang voor kinderen in kwetsbare (thuis)situaties.

Strategie van de volgende wedstrijd

Ja, natuurlijk zeggen veel schoolleiders dat er ineens veel mogelijk blijkt, dat het onderwijs in een paar weken veranderingen doormaakt die anders jaren vergen. En natuurlijk zeggen steeds meer schoolleiders dat het belangrijk is om na te denken wat ze van deze veranderingen willen vasthouden in het onderwijs en in de organisatie. Wat deze schoolsluiting en de ‘social distancing’ in de samenleving betekent voor het onderwijs, voor onze school. En natuurlijk is het begrijpelijk dat het lastig is om nu al veel aandacht en energie in die toekomst te steken. Vrijwel iedereen in de school zit volop in de wedstrijd die nu gespeeld wordt. Er is weinig denkruimte voor de strategie van de volgende wedstrijd. En toch zal het moeten. Want de allereerste vraag die beantwoord moet worden, is: hoe gaat jouw school straks weer open? Hoe zie je dat voor je? En waarop ga je dan sturen?

Terug naar normaal?

Een mogelijke strategie – die we deze week bijna letterlijk van een MT-lid hoorden – is dat je morgen al met je schoolleiding aan de slag gaat om het – al dan niet geleidelijke – opheffen van de schoolsluiting voor te bereiden. Maak de school klaar om terug te keren naar waar het voor bedoeld is: het geven van onderwijs aan groepen leerlingen. En niet: leegstand en thuiswerken. Dan zet je alles op alles om het onderwijs zo snel als mogelijk weer te laten draaien volgens het bestaande rooster, de klaarliggende lessentabel.

Je regelt wat geregeld moet worden om in te halen wat ingehaald moet worden, te repareren wat gerepareerd moet worden en op te starten wat opgestart moet worden. Met als doel het onderwijs zo snel als mogelijk weer houvast te laten bieden aan leerlingen, leraren, ouders en alle anderen. En je creëert meer of minder ruimte om op enig moment met elkaar te praten over de veranderingen door het online-onderwijs die het behouden waard zijn. De vertrouwde routines geven houvast en zekerheid. En bevorderen het vertrouwen dat het goed komt, dat de crisis achter ons ligt.

Een andere strategie

De andere insteek is die waarbij je de eerste dagen – zelfs voordat de leerlingen weer de school in (mogen) komen – ook tijd, ruimte en aandacht geeft aan de impact die deze periode op je mensen heeft gehad. Geef aandacht aan de leraar die alleenstaande grootouder is, op woensdag zijn ‘opa/oma-dag’ heeft en nu al wéken de kleinkinderen niet meer live ziet en kan knuffelen, maar wel de volgende ochtend met blij gemoed online met de leerlingen aan de slag moet. Geef een andere, bijkans opgebrande leraar de ruimte om z’n hart te luchten over het continue online zijn, en luister naar die andere leraar die blij is de spanningen thuis weer achter zich te laten.

Realiseer je: ook jouw mensen hebben een zeer verwarrende periode doorgemaakt, vol onzekerheden en beperkingen; ze hebben pijn geleden. Ze hebben elkaar en de leerlingen gemist. Ze waren eenzaam of wilden juist niets liever dan even alleen zijn. Ze zijn moe van het elke dag opnieuw iets doen dat je niet eerder hebt gedaan, of juist verslingerd geraakt aan de continue adrenaline-kick. Of ze zijn juist bang dat ze de ervaren ruimte moeten inleveren nu alles weer ‘gewoon’ wordt, dat ze weer met die lastige collega moeten overleggen wat ze in deze weken lekker zelfstandig hebben kunnen besluiten.

Eerst relationeel, dan operationeel en strategisch

In deze strategie organiseer je eerst het ‘menselijke gesprek’ door ruimte te geven voor de verhalen hoe het je mensen vergaan is, wat het ze heeft gebracht en wat het ze heeft gekost. Eerst aandacht voor de relationele insteek. Daarna organiseer je het ‘professionele gesprek’: hoe hebben we het gedaan? Wat zijn de effecten, resultaten? Wat leren we daarvan en wat willen vasthouden? Wat gaan we opruimen? Vervolgens de praktische, operationele (het ‘hoe’) en de strategische (waartoe) insteek. Alle drie perspectieven zijn nodig, alle drie zijn belangrijk.

Je leraren gaan vervolgens deze drietrapsstrategie ook bij hun leerlingen toepassen: eerst het menselijke gesprek waarin het welbevinden en ‘het herstel’ centraal staat, en daarna pas het onderwijsgesprek waarin de leerdoelen en de werkwijzen aan de orde komen. In die volgorde. Voor de kinderen. En voor de ‘grote mensen’.

Aan de slag

Maak vandaag nog een begin met de route naar de opening van je school. (Video)bel iedere dag een paar van je mensen. Vraag niet alleen hoe het met ze gaat en of het allemaal een beetje lukt. Vraag ook hoe ze het beleven en wat ze straks ‘meenemen’ uit deze situatie naar school. Welke gevoel, welke ervaring, welk inzicht, welke energie, welk verlangen, welke angst… Vraag wat ze nodig hebben om terug in hun kracht te komen op de werkvloer van de school. En luister oprecht.

Waarop ga je sturen als straks de school weer open is: zo snel mogelijk weer vaart maken of nog even stilstaan?

Jan van Leeuwen

Deel dit artikel
Auteurs

Jan van Leeuwen

Jan van Leeuwen is senior adviseur bij Marant Interstudie en werkt sinds 1990 als trainer, coach en adviseur aan de ontwikkeling van leiderschap in het onderwijs.  Jan is gespecialiseerd in de ont…

Meer over Jan van Leeuwen

Laat hier een reactie achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.