Home » Artikelen » Leren ontwerpen met design thinking

Leren ontwerpen met design thinking

Datum: 24 juni 2015

We leven in een uitdagende tijd; het lijkt wel of er elke dag iets nieuws op ons pad komt. Veel scholen nemen hun onderwijs onder de loep en zijn op zoek naar nieuwe manieren om uitdagend onderwijs van hoge kwaliteit te bieden. Onderwijs dat ook nog eens toekomstgericht is en gebruikmaakt van allerlei moderne technieken. Een zoektocht zonder pasklare antwoorden! Hoe pak je dat als school aan?

Gelukkig zijn er mooie mogelijkheden om deze uitdaging gestructureerd op te pakken. Een succesvolle aanpak die we de laatste tijd vaker terug zien komen in het onderwijs, is design thinking: een aanpak die is overgewaaid uit creatieve en innovatieve omgevingen, die uitermate geschikt blijkt om verfrissend en snel ontwerpen en onderzoeken te vertalen naar concrete resultaten. Het draagt bij aan samenwerken, creativiteit, probleem oplossen en vooral aan enorme motivatie en betrokkenheid bij leerlingen.

Vraagstukken actief te lijf

Ook al heet het design thinking, het is vooral een heel actieve methode om vraagstukken te lijf te gaan. Welk vraagstuk je oppakt is niet eens zo heel relevant, het proces is in zichzelf al heel inspirerend. Je doorloopt vijf verschillende fasen: je verdiept je eerst echt in je onderwerp en je gebruikers en daarna neem je de ruimte om veel uit te proberen en met elkaar fouten te maken en te leren. Deze aanpak zorgt voor een energie die uiteindelijk leidt tot mooie resultaten. En gemotiveerde leerlingen.

Het design thinking-proces in beeld

Het proces van design thinking ziet er lineair uit, maar in een ontwerpproces zul je merken dat je regelmatig weer een of meer fasen terug gaat. Het ontwerpproces begint bij een vraag, uitdaging of probleem dat je wilt aanpakken.Of het nu gaat om een nieuwe schoolvisie, hoe je ict goed kunt inzetten of welke werkvormen geschikt zijn voor 21st century skills. Maar ook over iets alledaags als het opruimen van koptelefoontjes (zie blog Koen Steeman, koensteeman.weebly.com).

Fase 1 – Empathy – leef je in in de gebruiker

Veel ideeën stranden doordat het vooral en uitsluitend een goed idee was voor degene die het bedacht. Begin je ontwerpproces daarom met je zodanig in te leven in de toekomstige gebruiker, dat je uiteindelijke oplossing ook werkelijk van waarde is en voorziet in een gedragen behoefte of belangstelling. Je bent nu dan ook niet bezig met je ontwerp, maar vooral met het verzamelen van zoveel mogelijk informatie over het probleem en de toekomstige gebruikers. Dat heet ‘divergent denken’. Je houdt interviews, voert gesprekken, maakttekeningen, lijstjes, en komt samen met anderen tot een dieper begrip over je uitdaging. Om de werkelijkheid te snappen, kan het soms leuk zijn om naast de interviews en observaties ook fysiek dingen uit elkaar te halen, zoals Pauline Maas (auteur van het boek ‘CodeKlas’) doet als ze een les programmeren begint. Ze start dan met het demonteren van een computer.

Fase 2 – Define – geef richting

Nadat je in de empathy-fase informatie hebt verzameld en medestanders voor je uitdaging hebt gevonden, is het tijd om te focussen. De fase ‘define’ is aangebroken: je gaat de informatie uit
de empathy-fase structureren en betekenis geven en vertaalt het probleem naar een scherpe ontwerpvraag. Ontwerpers werken vaak met de ‘how might we…’ vraag. How betekent: er is een oplossing, we hebben hem alleen nog niet. ‘Might’ betekent zoiets als ‘zou kunnen’, dus we nemen ruimte om uit te proberen. ‘We’ betekent dat het niet in je eentje kan. Een goede ‘How might
we…’ geeft richting aan het ontwerpen van een antwoord op je hoofdprobleem.

Een voorbeeld:

De scholen van De Onderwijsspecialisten bieden speciaal onderwijs aan leerlingen die specifieke ondersteuning nodig hebben. Op bijna al hun scholen wordt geëxperimenteerd met het inzetten van iPads. Om dit gericht te laten verlopen, werken alle projecten met onderzoeksvragen, een voorbeeld: ‘Hoe kunnen we een digitale methode inzetten voor  leerlingen van leerroute 5, zodat zij samenwerkende en oplossingsgerichte ontwikkeling laten zien bij het leren op school.’

Fase 3 – Ideate – kom met ideeën

Als je de uitdaging snapt en je de ontwerpvraag scherp hebt, is het tijd om met ideeën te komen. Er zijn maar weinig innovaties voortgekomen uit zogenaamde ‘eureka-momenten’. Meestal waren
er juist veel ideeën, ervaringen, mensen en middelen, totdat in een smeltkroes van ideeën plotseling één idee heel goed was. Design thinking kent steeds een opeenvolging van divergent denken (veel informatie, veel ideeën) om vervolgens weer te convergeren (één vraag, één idee). Nu ga je met elkaar zo veel mogelijk ideeën formuleren, om vervolgens met elkaar na te gaan welk idee, of welke combinatie van ideeën nu leuk, uitdagend, aansprekend genoeg is om verder uit te werken.

Fase 4 en 5 – Prototype en test

Een belangrijke pijler van ontwerpen is dat je niet alleen iets maakt om te kijken of het werkt, maar juist om te zoeken naar waar het nog te verbeteren valt. Voor ontwerpen geldt hetzelfde als voor leren: feedback is een van de belangrijkste motoren. Het idee van een prototype is, dat je op minimale wijze al laat ervaren hoe jij het oorspronkelijke probleem of uitdaging op wilt lossen. Snel een eerste idee uitwerken en snel feedback vragen. Hoe eerder je bij kunt schaven, hoe beter het uiteindelijke product. Ga op zoek:
Waar voldoet dit? Waar kan het beter? Waarom dan? En hebben we elkaar goed begrepen toen we het over de oorspronkelijke vraag hadden? Hierin schuilt een grote kracht van werken met deze principes. Het werken met prototypes gaat over uitproberen, vervolgens verbeteren en dan pas implementeren. Zo betrek je in elke stap van het ontwerpproces steeds weer de groep die
uiteindelijk van jouw product, dienst of school gaat genieten.

Na een design-sessie van een dag met de Remigius school kregen we de volgende mail:

“In school is men goed aan de slag gegaan vanuit de studiedag, ik hoorde leuke dingen terug.
In groep 4 was Karin bijvoorbeeld begonnen met een uur werken naar vrije keuze van de kinderen. De kinderen gaven zelf aan wat ze dat uur wilden leren en hoe. Een jongen die echt moeilijk te motiveren is, was thuisgekomen en was thuis zo weer verder gegaan met zijn onderwerp over vulkanen. Mooi toch.”

Design thinking bij andere organisaties

Bij Marant hadden we de eerste ervaring met design thinking toen Frank Evers mentor was bij de Google Teacher Academy, die volledig in het teken stond van design thinking binnen innovatie. Ook andere organisaties zien we volgens deze methode werken. Kennisnet publiceerde dit voorjaar de ‘innovatieversneller’ op basis van design thinking en het iXPERIUM blogde over deze aanpak.

Innovatieversneller van Kennisnet.nl
Crash course design thinking van iXperium.

Wil je meer weten over dit onderwerp?

Neem contact op met Inge Essing (i.essing@marant.nl) of Sanne Kokkeler (s.kokkeler@marant.nl).

Deel dit artikel
Auteurs

Sanne Kokkeler

Sanne Kokkeler is adviseur bij Marant Interstudie. Ze bedenkt graag nieuwe, creatieve en innovatieve ideeën die ze vervolgens ook tot uitvoering brengt. Met al haar enthousiasme stort ze zich vol …

Meer over Sanne Kokkeler

Laat hier een reactie achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *