Home » Artikelen » Zo voorkom je teveel doorverwijzingen naar dyslexiezorg [6 tips]

Zo voorkom je teveel doorverwijzingen naar dyslexiezorg [6 tips]

Datum: 24 oktober 2018

In een eerdere blog schreef ik over nieuwe, aangepaste volgorde van het dyslexietraject. Hierbij doel ik op het traject dat van start gaat nadat op school is aangetoond dat het lees- en spelprobleem bij een kind hardnekkig en ernstig is. Het is daarnaast natuurlijk ook goed om te kijken wat je kunt doen vóórdat een probleem zo ernstig wordt. Ik doel dan op de preventie van dyslexiezorg. De grootste rol is daarbij weggelegd voor leerkrachten. Wat kunnen leerkrachten doen zodat er minder kinderen worden doorverwezen naar dyslexiezorg? Het antwoord hierop is niet eenduidig. Het ligt natuurlijk ook aan de school en wat er al gedaan wordt. Toch kan ik wel een paar tips geven. Je leest ze hieronder!

Leesplezier

Hoe zorg je er als leerkracht voor dat het lezen in de klas leuk is? Mijn collega Loes schreef hier een leuke blog over. Daarnaast kun je natuurlijk ook groep-overstijgend gaan lezen en voorlezen. De kinderen in de hogere klassen kunnen bijvoorbeeld de kinderen in de lagere klassen voorlezen. Verander ook eens de leeslocatie en laat de kinderen lekker met een boek in de hal zitten. Of maak gebruik van een leesstoel, een leesmeter of speciaal voor thuis: de leesbingo! Als je er maar voor zorgt dat het leuk is. Wanneer kinderen plezier hebben blijven ze meer gemotiveerd. De kans dat ze dan spontaan gaan lezen is veel groter.  

Methodegebruik

Welke taalmethode gebruik je en heb je daar genoeg aan? Heb je voldoende materiaal voor kinderen die meer aan kunnen of die dezelfde regel op een andere manier uitgelegd willen krijgen? Welke materialen/oefeningen kun je nog meer inzetten en heb je daar binnen je school onderling afspraken over gemaakt? Sommige leerkrachten gebruiken delen van andere methodes omdat die een regel net even op een andere manier uitleggen. Heel goed natuurlijk, maar zorg er wel voor dat je als school daarin gebruik maakt van dezelfde aanvullende materialen. Dat helpt kinderen enorm en zorgt ook voor minder werk.  

Bij Marant vinden we het heel belangrijk dat we de taal van de school spreken. Een regel krijgt bij ons op de steunkaart van het kind dan ook de naam die de regel op school heeft. Dat voorkomt dubbel leren en zo sluit het zorgtraject ook aan bij de verschillende methodes die er zijn. Naast de vraag of een methode genoeg biedt, moet je je ook afvragen hoe flexibel de methode is. Kun je dingen weglaten/anders doen/toevoegen, zodat het past bij de thema’s in de klas of bij de leerbehoeftes van een kind? 

Leerkrachtvaardigheden

Hoe geef je nu een keigoede taalles? Misschien vind je het wel eens leuk om dat met een aantal collega’s te bespreken of om bij elkaar te kijken. Van en met elkaar leren op een bepaald thema kan ontzettend helpen. Of vraag een taaladviseur eens om mee te kijken. Het kan ontzettend helpen wanneer iemand anders met je mee komt kijken.  

Bibliotheek op school

Het is heel belangrijk dat er leuke boeken zijn die je kunt lezen op school. Het is daarnaast óók belangrijk dat je een ander boek mag kiezen als een eerder gekozen boek tegenvalt! Je kunt hiervoor gebruik maken van de bieb op school. Op deze manier komen er steeds andere boeken en blijven kinderen gemotiveerd. Maak er ook een momentje van. Het uitzoeken van een leuk boek is echt nog niet zo makkelijk! Bespreek dit ook met de kinderen in de klas en laat ze ontdekken wat voor een soort boeken er allemaal zijn. Laat de kinderen een ‘boeken-top 5’ maken zodat ze elkaar kunnen inspireren. Welk boek krijgt de meeste sterren in de categorie ‘grappig’? Of welk boek is juist het spannendst?  

Betrek ouders

Wanneer het lezen op school niet zo lekker gaat, wacht dan niet op de eerste E-scores. Bespreek je bevindingen met ouders en kijk waarin jullie elkaar kunnen versterken. Vertel wat jullie op school doen en kijk of ouders thuis ook willen oefenen. Geef bijvoorbeeld flitskaartjes mee naar huis en/of maak een instructiefilmpje over het fonetisch (zoals een letter klinkt in een woord) uitspreken van de letters. Laat ouders woorden hakken en plakken met kinderen en laat ze vooral lekker lezen. Voorlezen is goed, luisterboeken zijn prima. Als kinderen maar gemotiveerd blijven. Het moet geen strijd worden! Ook belangrijk: deel je bevindingen met elkaar, spreek af wat je van elkaar mag verwachten en evalueer dit regelmatig. En nog belangrijker: betrek het kind hierbij! Kinderen kunnen heel goed aangeven wat ze willen bereiken. Door ze te betrekken voelen ze zich ook gedeeld verantwoordelijk.  

Borging

Wat je ook doet binnen een klas, maak het over de muren van je lokaal ook zichtbaar. Zorg voor een goede borging. Als de leerkracht in groep 4 wel extra oefeningen mee naar huis geeft en de leerkracht in groep 5 niet, dan lijkt het net of er geen achterstand meer is. Maak hier met je team afspraken over. Deel je kennis en leer van elkaar. Communiceer hier ook over met ouders. Dit zorgt uiteindelijk voor een betere kwaliteit, eenduidigheid en betere leerresultaten.  

Wanneer we gezamenlijk met kinderen, ouders en leerkrachten kijken naar wat het best werkt voor een kind, dan kunnen we steeds beter en sneller gepaste hulp bieden. Daarin is de gedeelde verantwoordelijkheid heel belangrijk. Op school moet er een lijn in het taalaanbod zijn die groeps-overstijgend is, ook wanneer er extra hulp geboden wordt. Zo zorgen we met elkaar dat de kennis die we hebben gedeeld wordt en zorgen we uiteindelijk voor minder doorverwijzingen naar de dyslexiezorg.

Deel dit artikel
Auteurs

Sonja Bruggeman

Sonja Bruggeman is project- en relatiemanager bij Marant. Na een aantal jaren vooral op uitvoerend niveau te hebben gewerkt, richt ze zich tegenwoordig meer op de relaties en netwerken binnen en bu…

Meer over Sonja Bruggeman

Laat hier een reactie achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *