Home » Behandelpraktijk » Dyslexie » Innovatieve dyslexiezorg: een goed IDEE!

Innovatieve dyslexiezorg: een goed IDEE!

Het is soms lastig te bepalen waar de lees- en spellingachterstand van een kind vandaan komt. Er wordt al snel aan dyslexie gedacht, maar het is ingewikkeld om de diagnose ernstige, enkelvoudige dyslexie (EED) te stellen omdat er veel factoren meespelen. We weten dat er nu te veel dyslexieverklaringen worden afgegeven; veel meer dan je op basis van de cijfers zou verwachten. Bij Marant buigen we ons over de vraag hoe we EED nog beter en eerder kunnen vaststellen. Daarnaast denken we dat het onderwijs en de zorg versterkt kunnen worden zodat alleen kinderen die het écht nodig hebben voor dyslexie behandeld worden. Om dat te bereiken werkt Marant Behandelpraktijk onder de naam ‘IDEE: Innovatieve dyslexiezorg’ aan een nieuwe werkwijze.

Verbinding tussen onderwijs en zorg

Hoe raar het ook klinkt als aanbieder van dyslexiezorg: wij willen het liefst dat zo weinig mogelijk kinderen onze hulp nodig hebben. Daarnaast stellen we ook het liefst zo weinig mogelijk dyslexie-diagnoses. We streven ernaar om onderwijs en zorg te verbinden: als in het lees- en spellingonderwijs goedwerkende onderdelen uit onze dyslexiebehandeling opgenomen worden, hebben alle kinderen daar baat bij. Alle kinderen leren zo beter lezen en spellen in de klas! Van deze aanpak kan een deel van de zwakke lezers en spellers zoveel profiteren, dat ze niet meer doorverwezen hoeven te worden voor dyslexiezorg. Zo blijft het behandeltraject beschikbaar voor kinderen die het écht hard nodig hebben: kinderen met ernstige, enkelvoudige dyslexie (EED).

Gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek

Het plan om onderwijs en zorg te verbinden komt niet uit de lucht vallen: de werkwijze is gebaseerd op de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van vergoede dyslexiezorg. Dit onderzoek voert Marant sinds 2011 in samenwerking met de Radboud Universiteit uit. Uit het onderzoek is gebleken dat de fase waarin een kind getest en onderzocht wordt onvoldoende in staat is om problemen veroorzaakt door onderwijstekorten en dyslexie van elkaar te onderscheiden. Verder blijkt ook dat de eerste periode van behandelen heel effectief is. Bijna alle kinderen gaan in die periode vooruit. Een aantal kinderen gaat zelfs zoveel vooruit dat het waarschijnlijk geen dyslexie heeft. Met deze inzichten kunnen we de kinderen beter en eerder helpen.

Volgorde van zorg omgedraaid

Sinds 2016 werken we op deze manier in de gemeente Overbetuwe; sinds 2017 is de hele jeugdzorgregio Rijk van Nijmegen daarbij gekomen. We draaien de volgorde van de zorg om: we starten niet met diagnostiek, maar met twaalf behandelingen. We weten dat deze behandelingen heel effectief zijn en een veel meer kunnen zeggen over het wel of niet hebben van dyslexie. Na twaalf sessies analyseren we de resultaten en zetten we deze af tegen de verwachtingen.

En dan: drie scenario’s

De kinderen die beter presteren dan verwacht worden terugverwezen naar school. Samen met school, ouders en het kind bekijken we hoe we de stijgende lijn thuis en op school kunnen voortzetten. We volgen het kind nog een tijdje in de klas en kijken samen hoe onderdelen uit de behandeling in zijn of haar onderwijs verweven kunnen worden.

De andere kinderen krijgen een onderzoek. Wanneer we bij het kind weinig of geen kenmerken (bijvoorbeeld fouten met de klanken) van ernstige dyslexie zien, wordt het kind terugverwezen naar school. We blijven het kind nog een tijdje volgen en kijken net als bij het eerste scenario hoe we samen met ouders, kind en school het beste verder kunnen gaan.

Als het kind veel kenmerken van ernstige dyslexie heeft, dan gaan we verder met behandelen. Deze kinderen hebben een specialistische behandeling in de zorg nodig.

Versterkt onderwijs en minder dyslexiebehandelingen

Met deze aanpak versterken we het lees- en spellingonderwijs op school. Daarnaast kunnen we ons nog beter richten op de kinderen die echt zorg nodig hebben. Als het onderwijs en de zorg goed op elkaar zijn afgestemd, kunnen we deze werkwijze loslaten en terug naar het oorspronkelijke model: starten met onderzoek en indien nodig behandelen.

Meer informatie

Dit traject wordt uitgevoerd door Marant Behandelpraktijk in samenwerking met orthopedagoog Liesbeth Tilanus, promovendus aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Neem voor meer informatie contact op met Dirkje van Anken via e-mail.

Deel deze pagina