Effectieve interventies met het veranderdiagnosemodel

Op donderdag 14 november 2019 organiseerde Marant een masterclass over veranderdiagnose met onderzoeker en consultant Rob van Es. In de masterclass ging Rob op basis van zijn boek Veranderdiagnose. De onderstroom van organiseren (Managementboek van het jaar 2009) in op de onderstroom in organisaties. Gebruik makend van verschillende kunstvormen liet hij zien wat de onderstroom is, hoe je die kunt herkennen en welke soms disfunctionele invloed die onderstroom kan hebben.

Rob van Es start zijn masterclass aan de hand van voorbeelden en principes vanuit de kunst en de filosofie. Principes die ook terugkomen in zijn model van de veranderdiagnose. Hij begint met een schilderij van Velasquez, Las Meninas. Dit schilderij heeft Velasquez gemaakt midden 17de eeuw.
De vraag die Rob stelt is steeds: wat zie je? Die vraag is het beginpunt van het stellen van een diagnose. Wat je ziet is grotendeels ‘de bovenstroom’. Velasquez laat in dit schilderij zijn diagnose zien van het Spaanse hof in die tijd. De schilder heeft dit schilderij of dit schouwspel meerdere keren geschilderd en steeds komen er vaste onderdelen terug, maar op elk schilderij zijn ook minieme verschillen te zien. Nuances, waarin Velasquez’ kijk op de zaken toont.


Las Meninas van Velasquez

Bovenstroom en onderstroom

De bovenstroom in organisaties wordt gevormd door stuctuur, financiën, techniek, cultuur, IT, beleid en politiek (de harde kant). Velasquez’ schilderij laat echter ook de onderstroom zien (de wat zachtere kant). De onderstroom is vaak onbewust, emotioneel en associatief. De worden bepaald door factoren als instinct, intuïtie, moraliteit, gevoelens van rechtvaardigheid, zelfrestricties en creativiteit.

De verbindingen tussen boven en onderstroom zijn te zien als een rizoom (een wortelstok, zie de afbeelding). Verbindingen in het wortelstelsel zorgen voor geleidingen waardoor een actie op één plek direct gevolgen heeft voor het geheel.

Een rizoom (wortelstok)

In een schema ziet het er uit als onderstaand:

Strategie
Bovenstroom
—————————————————

collage/praktijk

————————————————–
Onderstroom – rizoom

Samengevat zijn de volgende dingen belangrijk bij veranderdiagnose: beelden, zelfbewustzijn, verwondering, metaforen, inzoomen en uitzoomen.

Het veranderdiagnosemodel

Na het bespreken van nog meer schilderijen en andere kunstvormen, gaat Rob over op het veranderdiagnosemodel. Hij stelt dat een organisatie zich op een bepaalde manier presenteert (bovenstroom), maar dat je het direct merkt als de onderstroom een andere is. Hij gaat eerst in op de vier camerabewegingen en daarna op de vijf scenario-elementen.

Het veranderdiagnosemodel

Camerabewegingen

Om een diagnose te kunnen stellen, is het belangrijk dat je de vier camerabewegingen hanteert:

  • Uitzoomen: Wat is er aan de hand, wat speelt er? Dat zie je als je uitzoomt.
  • Inzoomen: Wat gebeurt daar? Stel we willen veranderen, wat moeten we dan doen? Staat de organisatie dat toe? Hoe zit dat als we dat willen? Met wie moeten we dan rekening houden?
  • Close up: Wie is in deze organisatie de opdrachtgever? Wat betekent dit, wat is dit voor type? Hoe zitten ze in elkaar?
  • Extreme close up: Wie ben ik als veranderaar? Wat betekent dit voor het veranderproces? Er is zelfbewustzijn nodig.

Deze ‘camerabewegingen’ zijn een terugkomende beweging: een dynamisch geheel.

De vijf scenario-elementen

Vervolgens gaat Rob in op de vijf scenario-elementen. Hij behandelt eerst de bovenstroom, vervolgens de personages of sleutelfiguren, daarna het genre en plot, dan de onderstroom en als laatste de collage.

De bovenstroom gaat over machine, politiek/beleid, cultuur en brein. Al deze zaken hangen met elkaar samen en zijn te inventariseren: het zijn de cijfers, de missie, het geld, de belangen. Het is duidelijk zichtbaar wat er op deze gebieden gebeurt.

Vervolgens kijkt hij een stapje verder, naar de personages en sleutelfiguren. Wie vormen de organisatie en wie doet wat? Wat bestaat er en wat beweegt deze mensen? Hoe gedragen ze zich?

De derde stap gaat over het genre en het plot. Wat is er precies aan de hand? Waarom doen ze de dingen die ze doen? Hoe staat het met de motivatie en welke actoren bepalen dit? Welke complotten werken hier? Wat denkt men dat er mogelijk is ?

In de vierde stap van de analyse bereik je de onderstroom. Op basis van de eerdere stappen kun je dan de volgende vragen stellen:
Wat speelt er zich af?

  • Wat denkt men dat er mogelijk is?
  • Hoe staat het met het totale organisme?
  • Welke moraliteit speelt er?
  • Welke zelfrestricties legt men zichzelf op?
  • Hoeveel flux is er?

Als laatste maak je een collage met trefwoorden, die in een oogopslag laat zien wat de diagnose is.

Het analyseren van de vijf scenario-elementen kan herhaald worden via dit model om uiteindelijk een zo scherp mogelijke diagnose te krijgen van de organisatie. Hoe scherper de diagnose, hoe duidelijker is het wat er gebeuren moet.

Interventie

Na diagnose is het tijd voor interventie: er moet iets gebeuren, anders was je de analyse niet gestart. Een viertal vragen die je jezelf dan kunt stellen, is:

  1. Waar en hoe is interventie in ieder geval niet verstandig?
    2. Welke plaatsen en methoden van interventie lijken het meest waarschijnlijk?
    3. Wat zou de hoofdlijn van de strategie van veranderen moeten zijn?
    4. Waar liggen de belangrijkste punten van verankering?

The truth about education

Rob sluit zijn masterclass af met een fragment uit The Wire, een politiemisdaadserie die tussen 2002 en 2008 op HBO werd uitgezonden. Het fragment heet ‘The truth about education’ en dient als illustratie van de stand van het onderwijs.