Home » Klantervaringen » Betrokken leerlingen en blije leerkrachten

Wat werkt in de klas op de Jozef Sartoschool?

‘Het werkt!’ roept juf Marie-Suzanne enthousiast door de gangen terwijl ze met een pan knakworsten op weg is naar het paasontbijt in haar klas. Wat er precies werkt weet Ineke Hanemaaijer (adviseur Marant) op dat moment nog niet, maar dat er iets gebeurd is in de klas is duidelijk. Marie-Suzanne vertelt op een rustiger moment wat ze bedoelde. ‘De kinderen zijn veel meer bezig met wat ze moeten kunnen; betrokken leerlingen die enthousiaster zijn!’ En de juffen? Die hebben ook een stoot nieuwe energie gekregen.

Leonie Nijkamp en Marie-Suzanne de Kock staan allebei al aardig wat jaren voor de klas op de Jozef Sartoschool in Arnhem. Leonie staat al acht jaar voor groep 3-4, Marie-Suzanne voor groep 5. En dat gaat al jaren goed. Maar toch hadden ze, samen met de andere collega’s van de middenbouw, het gevoel dat er meer kon. Leonie: ‘We vonden allemaal dat we al jaren te veel op dezelfde manier les aan het geven waren en dat het tijd was er eens anders naar te kijken.’ Marie-Suzanne: ‘We vonden dat onze lessen te leerkrachtafhankelijk waren en wilden meer vanuit de kinderen laten komen; betrokken leerlingen die meedenken over het leerproces.’ Ineke Hanemaaijer ging met de leerkrachten van groep 1 tot en met 5 aan de slag. Ze zochten samen naar wat bij hun in de klas zou werken. Een paar weken later blikken ze terug en verklappen ze hun favoriete tips die het verschil maken.

TIP 1 – laat die toets alvast zien!

Een van de dingen waardoor je kinderen meer betrokken krijgt, is door ze actief te betrekken bij hun eigen leerdoelen, weten we ook van Hatties boek ‘Maak leren zichtbaar’. En dan niet alleen het doel van die ene les, maar juist van het grote geheel. Dat kun je bijvoorbeeld concreet doen door de leerlingen al aan het begin van een lessenreeks de toets te laten zien. Marie-Suzanne: ‘Ik heb dit met de rekentoets gedaan. Ik heb hem ingescand en daarna op het digibord laten zien. Zo konden de kinderen zien dat er eerst optelsommen kwamen, daarna klokkijken en vervolgens keersommen. Hierdoor kregen ze een beter beeld van wat ze allemaal moesten leren en waarom.’ Ineke: ‘Het lijkt voor sommige leerkrachten vreemd om een toets van tevoren te laten zien. ‘Dat kan toch niet!’ is een veelgehoorde eerste reactie. Maar voor de leerlingen is het effect gigantisch. Doordat ze weten waar ze voor leren, zijn ze veel gemotiveerder.’ Marie-Suzanne beaamt dit: ‘Ze zien vooraf al dat er ook onderdelen inzitten die ze goed kunnen, dat is een geruststelling. En ze kunnen zien welke onderdelen ze nog lastig vinden. Met die onderdelen oefenen ze vervolgens heel gericht. Het verschil in resultaat is enorm. Maar ook het verschil in werkhouding is groot, de kinderen pakken nu veel meer hun eigen verantwoordelijkheid. Er zijn kinderen bij die spontaan vragen of ze thuis verder mogen oefenen.’

TIP 2 – Laat kinderen zelf denken en vertellen

Je kunt een les beginnen door het boek erbij te pakken en die les te behandelen, maar kinderen zijn veel meer betrokken als ze zelf invloed hebben. En dat kan al met hele kleine ingrepen. Marie-Suzanne: ‘Voorheen koos ik de woorden voor een dictee. Nu laat ik de kinderen zelf woorden bedenken. We zijn op dit moment bezig met de klanken eer, oor en eur. Ik heb de kinderen in duo’s woorden laten bedenken met die letters en ik heb daarna zinnen gemaakt met de woorden die zij hadden gevonden. De kinderen zijn dan al vanaf de eerste minuut aan het leren. Ook de zaakvakken zijn een stuk leuker geworden nu Marie-Suzanne de methodes meer loslaat. ‘De kinderen vonden vakken als geschiedenis en natuurkunde eerst helemaal niet leuk. Het leek veel te veel op begrijpend lezen. Nu zijn ze wel enthousiast.’ Als voorbeeld vertelt Marie-Suzanne wat ze bij de laatste geschiedenisles over de steentijd heeft gedaan. ‘Ik liet de kinderen eerst vertellen wat ze al wisten over de steentijd. Toen bleek één van de kinderen bij Archeon te zijn geweest. Daarna hebben we een filmpje gekeken en heb ik ze een tekening van zichzelf in de steentijd laten maken. Het is echt super om te zien hoe betrokken de kinderen nu zijn bij de geschiedenisles.’

TIP 3 – Zorg dat iedereen de beurt kan krijgen

Ineke: ‘Je creëert meer betrokkenheid in de klas als je een vraag aan iedereen stelt, in plaats van de beurt aan één kind te geven. In plaats van te vragen ‘Wie weet wat drie keer acht is?’ vraag je of iedereen het antwoord wil opschrijven. Het is een simpele methode die ervoor zorgt dat alle kinderen over de vraag moeten nadenken. Wie je vervolgens de vraag laat beantwoorden kun je op speelse manieren bepalen. Marie-Suzanne: ‘Ik ga soms met mijn ogen dicht voor de klas staan, strek mijn arm uit en wijs een willekeurige kant van de klas op. Naar wie ik wijs, die mag het antwoord geven.’ Leonie: ‘Ik schreef gisteren de vraag op het bord met mijn rug naar de klas en liet iedereen het antwoord opschrijven. Na tien tellen koos ik iemand terwijl ik nog steeds met mijn rug naar ze toe stond.’ Ineke vult aan: ‘Je kunt ook een bak maken met alle namen erin waaruit je steeds willekeurig een naam grabbelt. Als je het maar speels maakt, dan vinden kinderen het al snel leuker dan wanneer je gewoon iemand aanwijst. Sommige kinderen vinden het natuurlijk ook spannend, dat ze uitgekozen kunnen worden.’

TIP 4 – Stop niet als iemand het niet weet

Tot slot gaat het over feedback en vertrouwen geven. Ineke: ‘Stop niet als een kind als antwoord ‘weet ik niet’ geeft. Vraag vervolgens wie het wel weet, maar kom altijd terug bij de eerste leerling. Die heeft er tenslotte ook van geleerd. Geef hem of haar de kans om te vertellen dat hij of zij het nu wel weet.’ Leonie: ‘Dat klopt helemaal. Kinderen worden blij als ze een succeservaring hebben.’Leonie en Marie-Suzanne zijn het erover eens: hun lessen zijn leuker geworden. Dat is niet alleen fijn voor de leerlingen, ze hebben er zelf ook veel meer lol in. Leonie: ‘Ik heb al acht jaar groep drie en nu ik nieuwe dingen aan het doen ben heb ik veel meer goede zin. Dat merkte ik onder andere doordat ik al in de zomervakantie over de lessen aan het nadenken was.’

Wil je meer weten?

Wil je meer weten over wat de inzichten van Hattie kunnen betekenen in de les? Neem contact op met Ineke Hanemaaijer (adviseur), i.hanemaaijer@marant.nl, 06 330 372 63, of Saskia Versloot (senior adviseur), 06 330 578 93.

Deel deze ervaring