Home » Klantervaringen » Onderzoekend leren op basisschool ’t Holthuus

Hoe zou het voelen om ondergedoken te zitten? Dat vroegen een paar leerlingen uit groep 7 van ’t Holthuus zich af toen het over de Tweede Wereldoorlog ging. En zo kwam het dat er op een ochtend in een van de kleuterklassen twee leerlingen in een kast verstopt zaten. Directeur Nelleke Remerie vertelt hoe op ’t Holthuus de lessen geschiedenis, maar ook de lessen biologie, aardrijkskunde en natuurkunde worden vormgegeven met behulp van projecten.

Op ’t Holthuus werken de leerkrachten niet met methodes voor geschiedenis, aardrijkskunde, natuurkunde en biologie. Ze geven les aan de hand van projecten en thema’s. Om de leerlingen zo zelf dingen te laten ontdekken, problemen te laten oplossen en zelfstandig na te laten denken. Het project over Anne Frank is één van de voorbeelden die directeur Nelleke Remerie uit haar mouw schudt als succesvol voorbeeld.

Niets is zeker

Nelleke heeft met deze vorm van onderwijs een duidelijk doel voor ogen. ‘Wij willen kinderen op deze manier beter voorbereiden op de toekomst. De wereld verandert heel snel. Niets is meer zeker. We kunnen ons nog niet voorstellen welke kennis of vaardigheden we over een paar jaar nodig hebben. Wat we wel weten is dat het onze leerlingen zal helpen als ze een kritische houding hebben. Als ze vragen durven en kunnen stellen. Als ze kunnen samenwerken en fouten durven te maken. Dit is allemaal gereedschap die we ook in onze projecten stoppen.’ Nelleke: ‘We doen onze projecten helemaal samen met de kinderen. Ze worden natuurlijk wel voorbereid door de leerkrachten, die de kerndoelen en de insteek bepalen en die nadenken over vaardigheden. Maar als een project eenmaal start kan het door de inbreng van de kinderen nog alle kanten opgaan.’ Nelleke licht dit verder toe aan de hand van het Anne Frank-voorbeeld. ‘De leerkracht van groep 7 begon dit project door de leerlingen een toneelstuk te laten spelen over Anne Frank, die verscholen zat achter de boekenkast. Na dit toneelstuk kwamen er allerlei vragen los bij de kinderen. Zo waren er kinderen die meer wilden weten over de invasie in Normandië en kinderen die juist meer over Anne Frank wilden weten. Aan de hand van al die vragen is het project verder vormgegeven. Er kwamen opa’s en oma’s in de klas vertellen, kinderen hebben zelf informatie opgevraagd bij het Anne Frank-huis en er zijn uiteindelijk dus kinderen gaan onderduiken in de school.’

Onze kinderen zijn gewend samen te werken, vragen te stellen en zijn ondernemend.

Welke projecten er in de klas worden behandeld, wordt aan het begin van het schooljaar bepaald. Er zijn schoolbrede projecten, projecten voor onder-, midden- of bovenbouw en projecten per klas. De projecten duren drie of vier weken, zo’n zes projecten per jaar. Nelleke: ‘’t Holthuus is een school die altijd al met projecten heeft gewerkt, maar in de afgelopen tien jaar hebben we echt een belangrijke ontwikkeling doorgemaakt. De aanpak is veranderd. De projecten zijn nu ingebed in onze hele werkwijze en een vast onderdeel van onze overlegstructuur. De projecten hangen er niet bij, maar zijn een wezenlijk onderdeel van ons onderwijs.’ Ook van ouders krijgen de leerkrachten dit terug. ‘Jullie projecten waren altijd al leuk, maar nu leren de kinderen ook echt wat,’ hoorde Nelleke vorig jaar van een aantal ouders.

stappen van onderzoekend leren

Ver-van-je-bed-show

De projecten op ’t Holthuus moeten dan ook voldoen aan een aantal criteria en bestaan uit Zinvolle en Betekenisvolle Activiteiten die aansluiten bij de kinderen. ‘We gebruiken bij ieder project het ZAB-model ter voorbereiding,’ vertelt Nelleke. ‘Tijdens voorbereidingsmiddagen bedenken we aan de hand van dit model hoe we een project moeten insteken. Vragen als ‘Hoe ziet mijn klas eruit? Hoe is dit onderwerp interessant voor jongens? Hoe voor meisjes? Hoe voor de kleintjes?’ De start van een project is verrekte belangrijk. Daar moet je de kinderen direct mee grijpen.’ Dat dit niet altijd lukt, vertelt Nelleke ook. Zo was er een keer een project over wereldreligies dat maar niet van de grond kwam. Waarschijnlijk doordat het nog te abstract was voor de leerlingen. Nelleke: ‘Dat kun je oplossen door dicht bij de leerlingen te beginnen. Vraag de kinderen bijvoorbeeld naar de gewoontes die we hebben bij geboorte en dood. ‘Hoe doen wij dat eigenlijk? En wat doen mensen in andere landen als er een kindje is geboren of als er iemand overlijdt?’ Als je het dan over wereldgodsdienst hebt, is het opeens niet meer zo’n ver-van-je-bed-show. Het ZAB-model kan je in iedere fase van een project weer helpen om bij te sturen.’
’t Holthuus werkt inmiddels al een aantal jaar op deze manier. In 2008 zijn ze hiervoor een samenwerking gestart met de pabo en het Kenniscentrum Wetenschap en Techniek (KWTG). Nu de eerste leerlingen sinds deze manier van werken doorstromen naar het VO, horen ze terug wat het resultaat is. Nelleke: ‘Ik hoor van docenten op het VO dat ze Holthuusleerlingen herkennen aan de positieve en betrokken houding. Dat onze kinderen gewend zijn samen te werken, vragen te stellen en dat ze ondernemend zijn.’

Vindplaatsschool

Gelderland telt 14 vindplaatsscholen: scholen die uitblinken in Wetenschap & Techniek. ’t Holthuus is een van die scholen. Het is daarmee een voorbeeldschool, waar regelmatig andere schoolteams langskomen om te kijken. ‘t Holthuus werkt sinds 2008 samen met het Kenniscentrum Wetenschap & Techniek (KWTG), de pabo’s in de regio en onder andere het Wetenschapsknooppunt WU.

Uitdagende leeromgeving

Niet alleen met de manier van lesgeven nodigen de leerkrachten van ’t Holthuus hun leerlingen uit om onderzoekend te leren; zodra je de school binnenloopt zie je ze geprikkeld worden door de omgeving. In iedere klas is een grote projecttafel aanwezig, die gevuld is met dingen die kinderen van huis meenemen, of die ze zelf hebben gemaakt in het techniekatelier. De school heeft drie van die ateliers. Eén voor de kleuters van de onderbouw, één voor de middenbouw en één atelier voor de bovenbouw. Iedere leerling werkt er in ieder geval één keer in de week, waar weer een ander beroep wordt beoefent gebaseerd op zijn of haar talenten. In de ateliers kunnen de kinderen bouwen, apparaten uit elkaar halen en in elkaar zetten, proefjes doen, (sporen)onderzoek doen en wegen en meten. Kortom, ze kunnen weer op een andere manier met het bewuste project bezig zijn.

Meer weten over de mogelijkheden van Wetenschap en Techniekonderwijs?

Neem gerust contact op met ons via e-mail

Deel deze ervaring