Home » Wat kunnen het onderwijs en de dyslexiezorg van elkaar leren?

Wat kunnen het onderwijs en de dyslexiezorg van elkaar leren?

Datum: 5 november 2019

Op woensdag 6 november vindt op de Radboud Universiteit het symposium ‘Dyslexie: hoe verbinden we onderwijs en zorg?’ plaats, waar ruim honderd professionals uit zowel het onderwijs, de zorg als de overheid samen het gesprek aangaan over de toekomst van de dyslexiezorg. Aanleiding is de promotie van Liesbeth Tilanus. Zij onderzocht in de afgelopen jaren het effect van dyslexiebehandelingen bij Marant. Naar aanleiding van haar proefschrift roept zij op om ‘te zorgen voor het kind’ en om de dyslexiezorg te transformeren.

Volgens de Onderwijsinspectie is het taalonderwijs bij meer dan 50% van de scholen niet op orde. Dit heeft tot gevolg dat een kwart van alle leerlingen (met een normale intelligentie) die de basisschool verlaten, niet goed kan lezen. Er zijn meer kinderen aangewezen op dyslexiezorg dan je op basis van de voorspellingen zou mogen verwachten. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat alle kinderen de ondersteuning krijgen die ze zo hard nodig hebben, en hoe houden we tegelijkertijd de dyslexiezorg betaalbaar?

Transformatiemodel

Dat er iets moet gebeuren, is wel duidelijk. Tilanus stelde als buitenpromovendus een transformatiemodel op, waarmee haar onderzoeksresultaten direct in de praktijk werden gebracht. In dit transformatiemodel krijgen alle kinderen in de dyslexiezorg de basisvaardigheden uit de behandeling aangeboden en wordt er eerder dan normaal gekeken of het voortzetten van de behandeling nodig is. Vervolgens wordt de school van het kind ondersteund door een gespecialiseerde orthopedagoog om blijvend de juiste ondersteuning te bieden. De effecten van deze aanpak waren positief: een aanzienlijk deel van de kinderen kon hiermee vervoegd stoppen met de dyslexiebehandelingen en kreeg binnen onderwijs de ondersteuning die zij nodig had. Deze aanpak biedt waardevolle inzichten in de huidige én toekomstige inrichting van onderwijs en zorg.

Tilanus stelt dat de uitkomsten van haar onderzoek de ondersteuning op school kunnen verrijken. Door onderdelen van de dyslexiezorg in het onderwijs te integreren, zullen naar verwachting minder kinderen ernstige lees- en spellingproblemen ontwikkelen. De kinderen die écht specialistische zorg nodig hebben, kunnen dan aanspraak maken op zorg die helemaal op hun behoefte is aangepast.

Andere aanpakken

De resultaten van het promotieonderzoek hebben geleid tot nieuwe inzichten. Tegelijkertijd roepen de resultaten vragen op. Wat maakt de dyslexiebehandeling effectief en hoe komt het dat kinderen op school deze vooruitgang níet hebben geboekt? De belangrijkste vraag die Tilanus stelt is: hoe kunnen we de opgedane kennis terugkoppelen naar de praktijk? Wat betekenen de resultaten voor het leren lezen en spellen in het onderwijs, en wat betekent het voor de toekomstige specialistische zorg? Antwoorden op deze vragen zullen bijdragen aan de best mogelijke hulp voor kinderen met lees- en spellingproblemen.

Kennis naar de praktijk

Tilanus vindt het belangrijk dat de resultaten van haar onderzoek met de praktijk worden gedeeld. Daarom vindt op haar initiatief het symposium ‘Dyslexie: hoe verbinden we onderwijs en zorg?’ plaats. Daarnaast zal ze ook spreken op verschillende bijeenkomsten voor vakgenoten, zoals de Nationale Dyslexie Conferentie en de conferentie van de Stichting Dyslexie Nederland (SDN).

White paper met resultaten

De resultaten van Tilanus’ onderzoek zijn binnenkort te lezen op www.marant.nl/wetenschap. Hier kun je je gegevens achterlaten zodat je straks als eerste het white paper met de Nederlandse samenvatting van het proefschrift ontvangt.

Livestream

Kun je er niet bij zijn, maar wil je het symposium wel graag volgen? Bekijk dan op woensdag 6 november tussen 9.30 uur en 12.00 uur de livestream.

Deel dit artikel

Laat hier een reactie achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.